Deze site maakt gebruik van cookies. Lees onze policy
  • "<Language:LanguageEncodedLiteralPrinten
  • <LanguageConfiguration:languageencodedliteral runat='Server' key='MailThisPage_LinkTitle' />E-mail
Datum 29-3-2012 
Bron Havenbedrijf Rotterdam N.V. ©

Fossiele otters uit het Noordzeebekken zijn circa 9000 jaar oud 

Opgevist in zandwingebied Maasvlakte 2

Een vorig jaar uit de Noordzee voor de kust van Zuid-Holland opgeviste fossiele otterschedel blijkt een ouderdom van circa 9000 jaar te hebben. Dit otterfossiel is gelijktijdig opgevist met overblijfselen van mammoet en andere ijstijdzoogdieren. Met 14C datering is vast komen te staan dat dit roofdiertje niet 50.000 tot 30.000 jaar geleden op de Mammoetsteppe in het huidige Noordzeebekken leefde, samen met wolharige mammoeten, neushoorns, wisenten en reuzenherten leefde, maar veel recenter tussen ‘moderne’ mensen, oerossen, edelherten, elanden, bevers en wilde zwijnen. Dat schrijven Dick Mol en Hans van de Plicht in het maartnummer van Straatgras, het tijdschrift van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Het was lange tijd onduidelijk hoe oud fossiele otterresten uit het Noordzeebekken zijn. De otter (Lutra lutra) komt nog steeds voor in Nederland, maar is zeer zeldzaam.

 

Mol en Van der Plicht onderzochten een zes centimeter groot fragment van een otterschedel dat op 9 september 2011 op een diepte van 25 meter werd opgevist door de Eurokotter BRA 7 in het zandwingebied van de Maasvlakte 2, op circa 15 kilometer ten westen van Hoek van Holland. De datering vond plaats met de 14C methode in het Centrum voor IsotopenOnderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Eind 2011 werden bij archeologisch onderzoek sporen gevonden van menselijke aanwezigheid op de plaats van de huidige Maasvlakte uit dezelfde periode waarin de otter leefde: 9.000 jaar geleden. Beide vondsten bevestigen dat het destijds goed toeven was in de water- en visrijke rivierdelta die daar toen lag.

In het zandwingebied voor Maasvlakte 2 zijn onder auspiciën van het Havenbedrijf Rotterdam sinds 2009 tien speciale vistochten naar zoogdierfossielen en archeologische voorwerpen uitgevoerd. Dankzij de hopperzuigers die steeds nieuwe en diepere delen van de zeebodem blootleggen, zijn met name de vondsten van fossielen spectaculair: de collectie van het Natuurhistorisch Museum is inmiddels verrijkt met ongeveer 350 zoogdierresten van topkwaliteit. Driekwart is afkomstig van de wolharige mammoet (Mammuthus primigenius), waaronder het langste mammoetdijbeen ooit, twee vrijwel complete en uitzonderlijk grote bekkens en een slagtand. Andere diersoorten uit het Laat-Pleistoceen waarvan de fossielen uit het Maasvlakte 2 zandwingebied zijn opgevist, zijn rendier, steppewisent, reuzenhert, edelhert, wolharige neushoorn, zadelrob en grottenleeuw. In 2010 rolde een primeur uit de netten: een fossiele hyenakeutel. De vorig jaar opgeviste otterschedel is een van de weinige vondsten uit een recenter geologisch tijdperk, het Vroeg-Holoceen.

De otterschedel is opgenomen in de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam onder catalogusnummer 9991-007708 en wordt geëxposeerd in de tentoonstelling ‘Opgeraapt Opgevist Uitgehakt’.



Terug