Timing is alles

Als een schip de Rotterdamse haven binnenvaart

Dertigduizend zeeschepen per jaar ontvangt de Rotterdamse haven, soms honderd op een dag. Dat kan alleen met een organisatie die loopt als een Zwitsers uurwerk. Van scheepsagenten tot loodsen, van slepers tot roeiers: iedereen doet wat hij moet doen, op het juiste moment. Spin in het web en wakend over de veiligheid: de divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam.

1 SCHEEPSAGENT

Zonder lading geen scheepvaart. Wie goederen wil verschepen, stapt naar een scheepsagent, ook wel cargadoor genoemd. Deze agent gaat op zoek naar een geschikte rederij (scheepseigenaar) en een plekje aan de terminal. De scheepsagent voert administratieve klussen uit, zoals douaneformaliteiten en brengt rederij, eigenaar van de lading en terminal samen. Sluiten deze partijen een contract, dan kan de kapitein van het schip de reis gaan plannen.

2 KAPITEIN

De kapitein plant de reis van zijn schip, hij kiest de optimale vaarsnelheid en bepaalt de hoeveelheid brandstof nodig om tijdig bij de terminal te zijn. 24 uur voordat de loods aan boord komt, waarschuwt de kapitein de scheepsagent. Die zorgt dat het Loodswezen, de divisie Havenmeester , de Douane en Zeehavenpolitie op de hoogte zijn van de komst van het schip en geven al dan niet formele toestemming om de haven te bezoeken.

3 HAVEN COÖRDINATIE CENTRUM

Mag een schip de haven binnen , dan krijgt het eerst administratieve ‘clearance’ van het Haven Coördinatie Centrum. De HCC kun je vergelijken met de verkeerstoren op een vliegveld. Vanuit het World Port Center houden ze toezicht op alle in- en uitgaande schepen en de bijbehorende planning. Ook geeft het HCC geschatte aankomsttijd, in jargon: estimated time of arrival (ETA), door aan alle nautische dienstverleners, zoals de loodsen, slepers en roeiers.

4 VERKEERSCENTRALE HOEK VAN HOLLAND

30 mijl buiten de kust legt de kapitein radiocontact met de verkeerscentrale in Hoek van Holland. Hier worden alle scheepsgegevens gekoppeld aan een elektronische database en krijgt het stipje op de kaart een bestemming, lengte, diepgang. Deze informatie is beschikbaar voor loodsen, roeiers en slepers, als ook voor politie, brandweer en GGD, in geval van een incident. Is alles in orde, dan mag het schip de haven binnen varen. De operator van de Verkeerscentrale blijft contact houden met de kapitein en de loods.

5 LOODS

Voor Hoek van Holland, wordt de loods aan boord gebracht met een ‘loodstender’ of helikopter. Een smalle vaargeul, beperkte diepte: de loods helpt de kapitein om veilig de haven binnen te varen. Soms neemt hij (of zij) het roer volledig over. Loodsen kennen het havengebied als hun broekzak. Is het schip veilig aangemeerd, dan gaat de loods van boord. Alle loodsen zijn aangesloten bij het Loodswezen, een organisatie die al ruim vierhonderd jaar bestaat.

6 SLEPERS

Containerschepen en tankers raken bij lage snelheden nagenoeg onbestuurbaar. Zodra ze de haven naderen, wachten meestal twee (één voor, één achter) en soms zelfs vier sleepboten deze kolossen op. In afstemming met de loods leiden de slepers het schip de haven in. De Rotterdamse haven beschikt over ruim dertig sleepboten en vier sleepdiensten: Kotug, Smit, Fairplay en Svitzer. Rederijen maken zelf contractueel afspraken met de sleepdiensten.

7 PATROUILLEVAARTUIGEN

De geel-blauwe RPA’S (Rotterdam Port Authority) zijn de ogen en oren van de divisie Havenmeester. De patrouillevaartuigen begeleiden schepen door de haven en staan paraat bij incidenten. Elke RPA heeft bluskanonnen aan boord en kan de brandweer assisteren. Ook voeren RPA’s inspecties uit, of bijvoorbeeld het ‘bunkeren’ (tanken van brandstof ) zonder morsen verloopt. Is dat niet het geval, dan geven ze de schipper een boete.

8 ROEIERS

Roeien doen ze al lang niet meer, maar de taak van de roeiers is sinds de oprichting van de Koninklijke Roeiers Vereeniging Eendracht (KRVE) in 1885 niet veranderd: zeeschepen vastleggen aan wal. Een verantwoordelijke klus. De roeiers manoeuvreren hun motorbootjes tussen schip en kade terwijl ze enorme trossen slepen en vastzetten – gevaarlijk werk, je kunt tussen wal en schip raken.

9 TERMINAL

Aan de kade van een terminal, moet de scheepslading zo snel mogelijk gelost, want tijd is geld. Elke terminal heeft een ander specialisme. Er zijn terminals voor containerschepen, voor droge bulk of voor vloeibaar aardgas (LNG). Hier wordt lading wordt overgeheveld voor verder vervoer met vrachtwagens, goederentreinen en binnenvaartschepen (of pijpleidingen, in het geval van gas en olie). Eindbestemming: de fabriek of de consument.

10 NAUTISCHE SERVICES

Terwijl het schip aan de kade ligt, wordt het klaargemaakt voor zijn volgende reis. Een bunkerschip komt langszij liggen om de tank vol te gooien. Speciale vrachtwagens komen het scheepsafval ophalen. Gespecialiseerde besteldiensten leveren – per busje of kleine scheepjes (tenders) – proviand en scheepsonderdelen. De waterboot levert, jawel, drinkwater. Het schip is klaar om wederom het ruime sop te kiezen. Op weg naar de volgende haven.

Havenmeester René de Vries is 24/7 waakzaam

Met 30.000 zeeschepen per jaar, goed voor 80.000 scheepsmanoeuvres, rust er een zware verantwoordelijkheid op de divisie Havenmeester. Dit onderdeel van het Havenbedrijf Rotterdam is de spin in het web voor een vlotte, schone en bovenal veilige afwikkeling van de scheepvaart in een gebied dat loopt van 60 kilometer uit de kust tot 40 kilometer landinwaarts. Aan het hoofd van de deze 450 man sterke divisie en eindverantwoordelijk voor de veiligheid in de haven: havenmeester René de Vries. Iedere ochtend om 6 uur krijgt hij een actueel overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen op en rond het water. Is er een incident in de haven, dan gaat de havenmeester onmiddellijk om de tafel zitten met alle partners binnen de Veiligheidsregio Rotterdam (politie, brandweer, DCMR Milieudienst Rijnmond en de burgemeester van Rotterdam) om de incidentenbestrijding effectief te coördineren. Gelukkig is dat zelden nodig. ‘Voor het laatste ernstige incident moeten we terug naar 2007 toen tijdens een zware storm het containerschip CMA-CGM-Claudel lossloeg en een steiger van Maasvlakte Olie Terminal raakte.’ Dat neemt niet weg dat de divisie Havenmeester altijd op scherp staat: ‘We zijn tevreden over de veiligheid, maar blijven continu waakzaam. Tien procent van de Nederlandse bevolking woont rondom de Rotterdamse haven. Willen we ook in de toekomst bestaansrecht hebben, dan moeten we een veilige haven zijn en blijven.’