Sjoerd legt zeeschepen aan de kade

‘Op het water voel ik me vrij’

Al meer dan 120 jaar zijn ze een begrip in de Rotterdamse haven: de roeiers die de zeeschepen vastmaken. Op pad met roeier Sjoerd van Maanen : ‘Op het water voel ik me vrij.’
Een zonnige doordeweekse ochtend. In de kleine verkeerscentrale op Heijplaat zitten drie roeiers achter hun beeldschermen. Vanuit de ramen een riant uitzicht op de Waalhaven, inclusief skyline met Euromast. Deze ‘planners’ sturen hun collega-roeiers erop uit om schepen vast en los te maken. Timing is belangrijk, want opdrachtgevers willen steeds sneller afmeren. Tijd is geld. De Josefa, een bulkcarrier van 179 meter lang en 28 meter breed, moet in de Botlek aanmeren: Laurenshaven EBS plaats 4, bakboordzijde om precies te zijn. Het groene schip onder Panamese vlag met Russische bemanning is met de loods en twee sleepboten in aantocht. Sjoerd en collega Bart, twee collega-roeiers en een paar roeiers-in-opleiding, pakken twee vletten (kleine werkvaartuigen) en varen erheen.

ZONDER STROPDAS
Sjoerd zit achter het roer, met een grote glimlach. ‘Al mijn vrienden zitten op kantoor, met een stropdas om. Ik voel me vrij als ik vaar.’ Zijn eerste tochtje per vlet maakte hij op zijn tiende met zijn vader die als loods werkt. Sjoerd was meteen verkocht en enkele jaren later meldde hij zich bij Koninklijke Roeiers Vereeniging de Eendracht (KRVE). Sjoerd en Bart passeren de Josefa en leggen contact met de loods. Die bewaakt de veiligheid bij het binnenvaren en aanmeren en heeft de leiding; slepers en roeiers volgen de bevelen van de loods op. Dan volgt het loodsbericht: ‘vier om twee’. Sjoerd en zijn maten weten: vier trossen voor, vier achter en nog twee extra lijnen voor en achter, een voorspring en een achterspring zodat het schip niet naar voren en achteren kan bewegen. Soms leggen ze nog twee trossen in het midden (zogenoemde bressen) dwars op de kade, maar dat is nu niet nodig: de Josefa is bescheiden van omvang en het weer is rustig. Het water tussen schip en kade – waar de roeiers hun werk doen – kan hevig klotsen. Schroefwater vormt een gevaar voor de kleine vletten van de roeiers. Het komt niet vaak voor, maar het bootje kan in een fractie van een seconde omslaan, weet Sjoerd. Eén keer hing zijn vlet zo scheef, dat hij klaarstond om razendsnel de kade op te klimmen. Het kwam gelukkig goed. ‘Je maat staat op de kade te wachten op de tros, dus je moet je bootje in je eentje stil houden. Dat leer je in een jaar of twee. Bij noodweer? Dan moet je beter je best doen’, lacht Sjoerd.

TROSSEN LOS
Hoog boven de roeiers leunt de bemanning over de reling van de Josefa. Ze roepen ‘tow, tow’. Havenmannen verstaan elkaar, altijd en overal. De loods geeft het sein ‘trossen los’. Langzaam zakken aan de vooren achtersteven de trossen. Sjoerd pakt het enorme scheepstouw aan, klemt het vast achterop de vlet en haalt voldoende meters touw binnen om de afstand tot de kade ruimschoots te overbruggen. Met een touw en een haak hijst zijn maat vanaf de kade de drijfnatte tros uit het water omhoog en maakt die vast aan de bolder op de kade. Dit ritueel herhaalt zich nog vijf keer. Als de roeiers na twintig minuten klaar zijn, trekken grote lieren of winches aan boord van het schip de trossen strak en schuift de Josefa richting kade. De sleepboten duwen mee. Het werk zit erop, de loods gaat van boord en de roeiers zijn klaar voor het volgende schip.

GEEN ROEISPAAN
Ze heten ‘roeiers’, maar roeien doen ze al lang niet meer, de mannen van Koninklijke Roeiers Vereeniging de Eendracht (KRVE). Decennia geleden verruilden zij de roeiboten voor vletjes: kleine werkboten waarmee de roeiers zich tussen wal en schip begeven. Dag en nacht, weer of geen weer. Per jaar meren de 274 roeiers 30.000 schepen aan. Elke roeier is zelfstandig ondernemer. Samen vormen ze een vereniging, met een voorzitter en ledenvergaderingen, waarin ze zelf de koers van het bedrijf bepalen.

ROEIER WORDEN
De KRVE is altijd op zoek naar nieuwe aanwas. Tijdens de opleiding leer je varen (groot vaarbewijs), zelfstandig en in een team werken, snel handelen, schepen onderhouden, lassen, eerste hulp bieden, knopen leggen en plannen. Je moet wel tegen alle weersomstandigheden bestand zijn. Je start op je 18e met een interne opleiding van 3 jaar. Daarna ben je 2 jaar aspirant lid en duurt het nog 10 jaar voor je volwaardig lid bent en ‘ingekocht’. De selectie is streng: jaarlijks melden zich 400 nieuwe roeiers aan terwijl er maar 30 opleidingsplaatsen zijn.