Kapitein van de Holland-Amerikalijn

De onlangs gepensioneerde cruisekapitein Hans Mateboer voer 65 keer Rotterdam binnen. Het blijft voor hem de fijnste haven. ‘Massa’s zwaaiende mensen op de kades, dat zie je bijna nergens.’

Thuiskomen in Rotterdam. Cruisekapitein Hans Mateboer is een van de weinige mensen die niet alleen weet hoe dat voelt, maar ook precies hoe vaak hij het voelde: exact 65 keer in zijn carrière voer hij de Rotterdamse haven binnen. ‘Ik heb vlak voor mijn pensioen mijn monsterboekjes met onder meer mijn vaargegevens nagekeken en kwam toen op dit getal.’ Die laatste aankomst was een bijzondere, want zijn 95-jarige moeder haalde hem op. Zoals ze hem 42 jaar eerder ook in Rotterdam wegbracht voor zijn eerste vaart als leerling op een kleine vrachtvaarder. ‘Dat was tegen haar zin. Ze had liever gehad dat ik in de buurt was gebleven, zoals mijn broer en zus.’ Cadeaus zoals scheikundedozen, in de hoop dat hij een andere passie zou ontdekken; dochters van vriendinnen die opzichtig op bezoek kwamen: zijn moeder probeerde van alles om Hans op andere gedachten te brengen. Maar het mocht niet baten. Hans wilde hoe dan ook naar zee, en geen mattenmaker worden zoals zijn vader en zo’n beetje iedereen in Genemuiden, de tapijthoofdstad van Nederland.

Er liggen onder je honderden mensen te slapen en die vertrouwen op jou. Dus je gokt niet.

Hans Mateboer , Cruisekapitein

OUDERWETSE LUXE

Genemuiden heeft ook een haven, vroeger aan de Zuiderzee, nu aan het IJsselmeer. Daar was Hans altijd te vinden. ’s Winters lagen er kleine turfschepen. ‘Die mensen woonden op hun boot, waren zo arm als de mieren. Als ze geen turf konden varen, kwamen ze bij mijn vader in de fabriek werken. Ik mocht in de roef komen, dat vond ik geweldig. Voor mij waren ze helden: ze hadden hun eigen schip!’ Na een studie in Delfzijl (‘Zo’n saaie stad, dat ik in de kortst mogelijke tijd afstudeerde’) voer hij een tijd onder Deense vlag, tot hij van een maat hoorde dat er werk was bij de Holland-Amerikalijn. ‘De cruisemarkt trok aan, mensen wilden weer op een luxe, ouderwetse manier vakantie vieren. Veel officieren hadden in de slechte periode daarvoor vanwege kinderen en een hypotheek voor een baan op het land gekozen. Ik kon meteen beginnen en werd al na een paar jaar een van de jongste kapiteins ooit, 36 was ik.’

SLAPENDE MENSEN

Niet per se verstandig, vindt hij achteraf. ‘Je wilde haren moet je een beetje kwijt zijn, als je kapitein wordt.’ Wat maakt kapitein zijn zo uitdagend? ‘Het is in de eerste plaats een mooi beroep, maar je moet veel lastige beslissingen nemen. De lastigste: of je de haven ingaat of doorvaart. Het weer kan omslaan, het zicht kan ineens minder worden, het is altijd druk en de tijdsplanning is meestal krap. Als je al op tachtig procent van je vermogen vaart, dan kun je bijna niets meer als het misgaat. Er liggen onder je honderden mensen te slapen en die vertrouwen op jou. Dus je gokt niet. Je bestelt een extra sleepboot of je vaart door. ‘Dan maar geen toren van Pisa’, heb ik een keer op een woeste zee voor de haven van Livorno door de marifoon geroepen. ‘Elba is ook mooi!’ Twee andere cruiseschepen voeren, met opgeluchte kapiteins, achter me aan.’

KINDERBOEK

Je bent áltijd kapitein. Ontspannen is er maandenlang niet bij. ‘Zelfs in je hut blijf je ermee bezig: het schip ligt een beetje scheef, toch even bellen met de brug. De airco doet het niet, toch maar even doorgeven.’ Om zijn zinnen te verzetten, ging Hans schrijven. Korte verhalen over grappige en ontroerende gebeurtenissen aan boord. En later ook kinderboeken over Peter, het cruiseschip. Hij heeft er ruim honderdduizend van verkocht, vooral via winkels op cruiseschepen. Verder onderhoudt hij drie vakantiehuisjes in North Carolina samen met zijn Amerikaanse vrouw die hij aan boord ontmoette. En voor zijn oude reder doet hij nog een paar maanden per jaar onderzoek naar havens. ‘Misschien onderzoek ik de Rotterdamse haven ook nog een keer op die manier.’’

De (Engelstalige) kinderboeken van kapitein in ruste Hans Mateboer zijn te koop!