In de olie

Rotterdam en omstreken maakte op 23 juni voor het eerst grondig kennis met HEBO Maritiemservice. De aanleiding: een lekkage van 217.000 liter stookolie uit een olietanker. HEBO is verantwoordelijk voor het ruimen van de olie. Directeur Wiebbe Bonsink (37) maakt de balans op.

'Na die enorme oliemorsing van de Bow Jubail hadden we bijna twintig vaartuigen in de vaart – gespecialiseerde vaartuigen en ondersteunende schepen – en waren we met honderd man personeel de oliemorsing aan het bestrijden. Elders in Nederland gingen andere klussen ook gewoon door. Dat is altijd onze uitdaging: er stáán bij dit soort incidenten, terwijl ander werk ook doorloopt.’ Wiebbe zelf profiteerde meteen van zijn persoonlijke verhuizing naar Oostvoorne. ‘Toen de melding binnenkwam, was ik even een pannenkoekje halen tijdens het korfballen van mijn dochter in Zuidland. Ik heb mijn gezin daar achtergelaten en ben direct naar de 3e Petroleumhaven gegaan.’

Basaltblokken

Anderhalve week is zijn bedrijf 24/7 in de weer geweest om de gevolgen van de waterverontreiniging binnen de perken te houden. De verwachting is dat de haven nog een jaar hinder ondervindt van olieverontreiniging. Het Havenbedrijf heeft besloten om een deel van de negen kilometer vervuilde glooiingen te gaan vervangen, want vernieuwen is goedkoper dan schoonmaken. Ook HEBO is nog maanden zoet met het schoonmaken van steigers, palen en basaltblokken. ‘Ieder blok moeten we met heet water onder hoge druk schoonspuiten en vervolgens moeten we de olie opvangen. We hadden daarvoor een speciaal apparaat gemaakt.’ Het ontwikkelen van eigen materieel is typerend voor HEBO. ‘De schepen waarmee we nu de olie ruimen, zijn ook door ons bedacht. Een aantal is zelfs gebouwd in onze werkplaats. We hebben een uitgebreide technische dienst. Onze mensen zijn af en toe net Willie Wortel.’ Dat is handig, want in het contract met het Havenbedrijf wordt HEBO gestimuleerd om de vloot duurzaam te innoveren. Dit leidde al tot een nieuw kraanschip met een dieselelektrische voortstuwing.

Nog geen generatie geleden was HEBO het klusjesbedrijf van Zwartsluis, een dorpje aan het IJsselmeer, onder de rook van Kampen. HEBO dankt zijn naam aan oprichter en vader van Wiebbe, HEnk BOnsink. ‘Mijn vader deed van alles: schaatsen slijpen, heggen knippen. Hij is 29 jaar geleden begonnen met het af en toe opzuigen van wat olie. Met een oude sleper uit 1928, een opslagvat aan de ene en een stofzuiger aan de andere kant’, vertelt Wiebbe in zijn nieuwe kantoor op Heijplaat. Het ligt naast het Quarantaineterrein en tegenover het enorme bedrijfsterrein aan de Werkhaven dat het bedrijf onlangs in gebruik nam.

Arabian light crude

HEBO ontwikkelde zich eind vorige eeuw tot een specialist in olieruimen op de Nederlandse binnenwateren. ‘We waren een jong, creatief en flexibel bedrijf.’ Dat viel in het bijzonder op toen de 4 Verhalen uit de haven Rotterdamse haven te kampen kreeg met een enorme waterverontreiniging in januari 2007. De reden? Het Franse containerschip CMA CGM Claudel ramde een steiger van de Maasvlakte Olieterminal. Hierdoor stroomde 800 ton Arabian light crude de haven in. Het was voor het Havenbedrijf het sein om het ruimen van olie uit te besteden en te professionaliseren en het deed toen voor het eerst beroep op de expertise van HEBO. Sindsdien is het bedrijf niet meer weg te denken uit de haven.

HEBO is inmiddels omgedoopt tot HEBO Maritiemservice, een investeerder heeft de helft van de aandelen overgenomen en het familiebedrijf heeft een nieuw Rotterdams kantoor. ‘We doen veel meer dan olie ruimen. Met onze drijvende bokken en kraanpontons zijn we nu marktleider op de Europese binnen wateren. We hebben bedrijven in Denemarken en Duitsland en zijn gespecialiseerd in bijzondere transporten. Terwijl we 24 uur per dag aan het olieruimen waren, heeft mijn broer en mede-eigenaar Gerrit nog een motorjacht van 110 meter vervoerd van Makkum naar Amsterdam. We hebben vorig jaar ook de vallen van de Botlekbrug ingevaren. We kunnen in Rotterdam veel klaarspelen. De samenwerking met het Havenbedrijf is ook goed. We hebben aan een half woord genoeg.’