CO₂-neutrale haven in 2050

We willen in 2050 een CO₂-neutrale haven en daarvoor moeten we nog veel stappen zetten. Er is nog geen klimaatakkoord en deelnemers aan het debat over de klimaatverandering lijken steeds meer van mening te verschillen over de aanpak. Allard Castelein, president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, vindt dat we kostbare tijd verspillen.

‘Het debat over de aanpak van klimaatverandering ontspoort; extreme standpunten krijgen veel aandacht, zelfs als ze niet gebaseerd zijn op feiten. Complexe vraagstukken worden versimpeld, het ‘redelijke midden’ wordt niet meer gehoord. De discussie in zowel politiek als media spitst zich voornamelijk toe op wel of geen CO₂-heffing, waardoor er wat mij betreft een te eenzijdig beeld ontstaat.

Gezond vestigingsklimaat

De energietransitie gaat verder dan de vraag hoe we de uitstoot kunnen terugdringen. Het moet gaan over de vraag wat voor industrie we hier willen en wat we moeten doen om die te krijgen. Ik mis in het debat nu een inspirerend voorbeeld van een land en een industrie die vooroplopen in het ontwikkelen van nieuwe schone bedrijvigheid. We komen niet vooruit en dat dreigt een rem te worden op de voortgang en op een gezond vestigingsklimaat. Ik vergelijk de situatie met watertrappelen: we zijn druk bezig, verbruiken veel energie maar komen niet verder. Zo verspillen we kostbare tijd.

CO₂-neutrale haven

In de haven gaan we ondertussen gewoon door en zetten we nog steeds in op een CO₂-neutrale haven in 2050. Samen met onze partners zijn we hard bezig om randvoorwaarden te creëren zodat een nieuwe industrie zich hier vestigt en investeert. Stap voor stap bouwen we aan de verduurzaming van het havenindustriecomplex. Zo bunkerden in de haven onlangs voor het eerst ter wereld twee schepen met duurzame biobrandstof, werken we aan de afvang en opslag van CO₂ in lege gasvelden onder de Noordzee en onderzoeken we de bouw van de grootste groene waterstoffabriek van Europa. Door veel van dit soort verschillende initiatieven te blijven verwelkomen zijn we ook in de toekomst een belangrijke en duurzame motor voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid.’