Sluiswachter op de Rozenburgsesluis #stoerehavenberoepen

Mets Walsma is sluiswachter op de Rozenburgsesluis, de verbinding tussen het Caland- en Hartelkanaal. ‘Saai? Welnee! Dankzij ons kunnen schepen veilig passeren. Er vaart hier van alles voorbij.’

Als een kraai op zijn nest zetelt Mets in de controlekamer van de Rozenburgsesluis – omringd door beeldschermen die hem informeren over elk facet van de sluis, daarachter de glazen pui met panoramisch uitzicht op de passerende schepen. Hem ontgaat niks. En zo hoort het ook. Gedurende zijn dienst is Mets heer en meester over de sluis: hij opent en sluit de bruggen aan beide zijden en bedient de schutdeuren. ‘Als een schip de sluis wil gebruiken, meldt de schipper zich eerst bij mij. Wij zorgen dan voor een soepele en veilige doorstroming van het verkeer, over weg en water.’

Historie Rozenburgsesluis

De Rozenburgsesluis dateert uit 1971. Toen verbond hij nog het zoute (zee)water van het Calandkanaal met het zoete (binnen)water van het Hartelkanaal. ‘Maar sinds de Beerdam is doorgebroken, is het water aan beide kanten brak’, vertelt Mets die al 23 jaar op de sluis werkt. Toch is de sluis nog altijd noodzakelijk om het verschil in waterstand te overbruggen tussen de beide waterwegen.

Verantwoordelijk

24 uur per dag wordt hij bemand door een sluiswachter. ‘We werken in drie verschillende diensten: ’s ochtends, ’s middags of ’s nachts.’ Acht uur lang in je eentje op de sluis, is dat nooit saai? ‘Welnee’, zegt Mets. ‘Er gebeurt altijd wat, het beweegt en blijft bewegen.’ Bovendien is hij gesteld op zijn zelfstandigheid. ‘Je bent toch een soort van eigen baas.’ En het is een verantwoordelijke taak. ‘Er varen hier ook schepen met een gevaarlijke lading voorbij, dan moet je de veiligheid goed in het oog houden.’ Het leukst vindt Mets het contact met de schippers. ‘Ik ben zelf opgegroeid op een schip, ik ken die wereld van binnenuit. Dat laat je nooit meer los.’