Shunter geeft locs tweede leven

'One stop shop voor spoorvervoerders'

Spoorvervoer is vitaal voor de haven en dus ook goed onderhouden spoormaterieel

Daarbij speelt Shunter een sleutelrol, specialist in onderhoud van alles wat over rails rolt. ‘Noem ons maar een one stop shop voor spoorvervoerders'.

Langzaam rolt een brug ter grootte van een tennisveld langs een werkplaats, richting het treinspoor dat de Albert Plesmanweg in de Waalhaven oversteekt en naast de hal stopt. Daar staat een witgrijze locomotief (loc voor insiders) klaar voor een onderhoudsbeurt. Wanneer de rolbrug stopt bij het spoor, komt een karretje naar voren dat de loc de brug op trekt. Om dezelfde loc vervolgens enkele tientallen meters verderop weer ‘af te duwen’ in een van de zeven onderhoudsstraten. Jos Toes, directeur van Shunter (het Engelse woord voor rangeerlocomotief ), ziet het aan. ‘Hebben we helemaal zelf ontwikkeld. De ruimte is beperkt in de Waalhaven, dan moet je creatief zijn.’

Stalen wielen

Creatief zijn, het loopt als een rode draad door het twaalfjarige bestaan van het Rotterdamse bedrijf. Na de privatisering van de NS legde onderhoudsbedrijf NedTrain zich toe op het onderhoud van het spoorwegmaterieel voor personenvervoer. Ronald Smits zag een kans: onderhoud van materieel voor goederentransport. In 2003 richtte hij Shunter op, vanuit zijn zolderkamer en in een gehuurde werkplaats. Jos Toes was zijn eerste werknemer. ‘Overdag klanten bezoeken, ’s nachts het land in om storingen te verhelpen. Snel een paar uur slapen en weer verder.’ Nog steeds maakt Jos werkweken van zeventig uur. Omdat het bedrijf inmiddels flink is gegroeid, maar vooral omdat hij gelooft in goederenvervoer over het spoor. ‘Ik ben overtuigd van de sleutelrol van het spoorvervoer in de haven. Wist je dat goederenvervoer per trein 64 keer veiliger is dan per vrachtwagen? En het is veel milieuvriendelijker, het brandstofgebruik ligt lager. Tel uit je winst als je dan ook nog elektrisch gaat rijden.’

Meer dan onderhoud

Shunter werkt niet alleen vanuit de werkplaats. Wanneer er in Groningen een goederenlocomotief defect is, gaat er eerst een monteur met een servicebus heen. Kan de storing niet verholpen worden, dan rijdt een van de vijf Shunter- machinisten met een eigen locomotief naar Groningen om de loc naar de werkplaats te brengen. Ook Europa behoort tot het werkterrein van de monteurs. Naast onderhouden en herstellen kunnen ze de locs ook ‘beveiligen’. De ingenieurs van Shunter ontwikkelden namelijk een systeem dat voldoet aan de uiteenlopende veiligheidseisen in verschillende Europese landen; daarover bestaan geen uniforme afspraken. Toes: ‘Zo rijden onze locs rechtstreeks naar Polen en Italië.’

Groene uitslag

Ondertussen in de werkplaats aan de Blindeweg wijst Jos naar een containerwagon op het vierde spoor: ‘Die reviseren we en maken we weer klaar voor inzet. Zie je die groene uitslag? Deze loc heeft jaren stil gestaan, maar moet nu opnieuw aan de bak.’ Zeventig procent van de goederentreinen uit de haven komt regelmatig in een van de vier werkplaatsen van Shunter. Dat meer oude locs nieuw leven krijgen ingeblazen, ziet Jos als een teken dat de economie aantrekt. ‘Het is tijd om weer te anticiperen. We zijn bezig met een hal op de Maasvlakte, de sporen liggen er al. Wanneer de bedrijvigheid daar écht gaat beginnen, zijn wij er klaar voor.’

www.shunter.nl

Ruim baan voor goederentreinen

De miljoenen containers die per zeeschip de Rotterdamse haven in en uit varen, worden grotendeels (zo’n 70%) aan- en afgevoerd via het achterland: over de weg, over spoor of water. Het Havenbedrijf Rotterdam wil dat achterlandvervoer steeds meer over spoor en water gaat, en steeds minder over de weg. Waarom? Omdat vervoer per trein en binnenvaartschip milieuvriendelijker is. Het zorgt ook voor minder filedruk in de regio Rijnmond. De verdeling tussen de drie typen achterlandvervoer moet voor 2035 drastisch verschoven zijn: het aandeel van vervoer over spoor moet van 13 naar 20 procent groeien, over water van 40 naar 45 procent en het aandeel van wegvervoer moet afnemen van 47 naar 35 procent.