De mollenvanger van de Rotterdamse haven

Rudolf Schreuder (68)

Geschreven door Tie Schellekens

Sinds deze elfde van de elfde is elfde van de elfde niet langer voor mij het begin van het carnavalseizoen maar de dag dat ik op een dauwrijke herfstochtend enkele uurtjes van mijn jachtige bestaan ondergedompeld mocht zijn in de bijzondere wereld van Rudolf Schreuder, de mollenvanger van de Rotterdamse haven.

Rudolf (68) zit op een bankje voor zijn huisje aan de rand van Woubrugge op me te wachten als ik hem om half 9 ontmoet. Het is een markante verschijning. Met zijn aparte kleding, de over zijn hoofd getrokken hoed, de bombastische, grijze bakkenbaarden, het open gezicht en precies dezelfde stem als acteur Sacco van der Made. De voorruit van de woning zet gelijk de toon. Het is een soort vitrine met allerlei snuisterijen waarin het bordje ‘onbewoonbaar verklaarde woning’ gelijk opvalt: Hier woont een verzamelaar met een apart gevoel voor humor.

Het huis blijkt een soort museum te zijn van wat Rudolf zoal heeft uitgespookt in zijn leven en wat hem interesseert. En dat gaat ver. En diep. Zo staan er in een hoekje wat vallen. Er blijken mollenklemmen uit de middeleeuwen tussen te zitten. En ook een heuse mensenval. Op de eerste verdieping van het knusse huisje staan 50 brommers. Ieder hoekje van de woning is gebruikt en toont een andere Rudolf. “Ik heb altijd handel gedaan want dan krijg je spullen.” Dat moest hij ook wel. Het leven kwam hem niet aanwaaien.

De hoop en de rit

Rudolf komt van Alphen aan de Rijn. Hij is kind van de polder die op zijn dertiende moest gaan werken. Niet omdat hij dom is – “Als ik 2000 klemmen heb uitstaan weet ik ze allemaal te vinden”- maar omdat hij niet in het systeem paste. Daarom werd hij nertsenfokker, zat hij 70 meter boven de grond op een hoogspanningsdraad en werkte hij als spruitjesboer. Totdat tegenspoed hem dreef tot een beroep waarin hij zich helemaal kan uitleven: mollen vangen. Hij leest de natuur, denkt als een mol. “Ik ben een buitenmens. Van jongs af aan jaag ik, vis ik en vang ik mollen. Je ziet een hoop, je ziet een rit (de ondergrondse gang, red.) en dan zet je er een klem in. Je moet je verplaatsen in een dier. Als het droog is gaan ze naar de natte plekken en als het nat is gaan ze naar de droge plekken”, klinkt het simpel. Zo vangt hij al 30 jaar de mollen van de Rotterdamse haven. Dit jaar staat de teller op 1300. En dan vangt hij alleen in het openbaar gebied. Niet op de terminals. Hij had nog wat goed te maken want was er een tijdje uitgeweest. De haven kende even een andere mollenvanger.

Radio Maria

Zeven jaar geleden ramde een vrachtwagen zijn auto van achteren. Rudolf kreeg geen asem meer en moest de ribbenkast met zijn eigen handen zelf recht duwen want er was geen hulp. Het lukte. Wonder boven wonder. Sindsdien is de mollenvanger ‘in den Heere’. In alle vertrekken van zijn huis hoor je zachtjes op de achtergrond Radio Maria. Maar in de haven domineert de mol. Dat beestje met zijn grote tot graafhanden omgevormde voorpoten, de kleine, slecht ontwikkelde ogen en zijn spitse roze snuit. “Als ze een goede rit hebben, loopt een mol harder dan een paard. Ze wroeten op de rug, op de zij”, klinkt het bewonderend. “Ik houd van dieren.”

Rudolf werkt niet met gif maar met klemmen; honderden klemmen. De meeste vallen zitten in de ritten, onder de grond. Hij maakt die vallen zelf. Het zijn een soort haarspelden. Rudolf plaatst ze zo’n 20 centimeter onder de grond. Waar in de haven? “In de mooie hoofdritten en de zijgangen.” In welk gebied? Dat laat hij graag in het midden. Het is het geheim van de smid en dat houdt hij graag voor zichzelf. En na lang aandringen, voegt hij er vaag aan toe: “Op de Vondelingenweg en de Noordzeeweg. Daar heb ik nu een paar 100 klemmen staan. De mollen lopen onder het talud door. Je vangt ze overal.”

Rudolf werkt niet per stuk maar per uur. Het gaat om het beheer. Dan verminder je de overlast. Als je slecht beheert, vang je veel maar heb je ook veel overlast. Rudolf denkt nog niet aan stoppen maar hij doet het werk niet meer alleen. Sterker nog. Zijn zoon Maarten is nu de voornaamste mollenvanger. Hij vangt ze en Rudolf leert hem waar hij moet wezen. De rollen zijn mooi verdeeld in huize Schreuder.

Choose your language

Choose your language