5 havengedichten

Over roestige rompen, de klipper en de keulenaar, schepen en kranen. Menig poëet liet en laat zich door de haven inspireren. Speciaal voor Gedichtendag selecteerde Havenkrant Online vijf havengedichten.

1. Havenhart, Derek Otte

Op verzoek van Discovery Channel schreef voormalig stadsdichter Otte een ode aan de haven.

Een passage:
waar de kranen piepen, de schepen varen terwijl de meeuwen zingen
tussen stalen constructies, opslag en distributie pallets en containers
waar in alle talen van de wereld handel wordt gedreven
laden lossen, trossen los samen staan we sterk
niet verzaken, vele handen maken lichter werk.

Benieuwd naar de hele tekst? Derek draagt het zelf voor.

2. Te Rotterdam ben ik geboren, Jan Prins

Prins betuigde in zijn poëzie vaak zijn liefde voor zijn geboortestad Rotterdam. Dit gedicht droeg hij in 1937 voor het eerst voor in het Zalmhuis. In 1998 werd dat op zijn 50ste sterfdag herhaald.

Een passage:
Door heel de stad heb ik gezworven,
maar aan de kaden toch het meest.
Daar lag de stoet uit alle streken,
de klipper en de keulenaar,
het driemastschip, zijn tuig ten hemel,
en de ertsboot, vol en breed en zwaar,
de Lloyd-vloot, met provincie-namen,
alle elf, als ik mij niet vergis,
de Caland en de Lady Tyler,
de Scholten, die gebleven is.

3. ‘Stemmen van de oude zee’, Rien Vroegindeweij

Deze Rotterdamse dichter schreef samen met negen andere dichters in 2009 voor het kunstproject ‘Woorden in de Branding’ gedichten over Maasvlakte 2.

De laatste regels van het gedicht van Rien:
Zeeslagen verjaarden tot gedenkwaardige dagen
gevierd in trotse havens, op robuuste kaden.
En de zee, de zee deint in een eeuwig herhalen.’

Alle gedichten lees je hier

4. Rotterdam aan de Meter Rieneke Grobben

Inwoners van Charlois kennen ‘m wel: een fragment ervan staat op de gevel van één van de woningen in de wijk. Het gevelgedicht werd een maand na het overlijden van Rieneke onthuld.

Het fragment:
Koningin van de maas
Rotterdam
de stad van
de bruggen, de tunnel,
de schepen, de kades
de havens, de kranen
de Kuip en geen woorden
maar daden
afijn,
laat ie fijn zijn

5. Maassluis, Henriette Faas

Dichteres Henriette schreef dit gedicht naar aanleiding van de bouw van de wijk Het balkon aan de Nieuwe Waterweg in Maassluis. Inwoners van Maassluis zullen het misschien herkennen. Het is te lezen aan de Koning Willem Alexander Boulevard: het gedicht strekt zich daar uit over negen cortenstalen platen langs de Nieuwe Waterweg.

Het gedicht:
Maaswater kabbelt onder
Adembenemende luchten
Avontuur op nieuwe grond
Sirene lokt sierlijk schoon
Schip glijdt over Waterweg
Landinwaarts steeds lichter
Uitzicht op een verre haven
Inzoomen op de overkant
Samenstromen