Baggerschip stuit op het scheepswrak ss Chryssi

Tijdens werkzaamheden voor de verdieping van de Nieuwe Waterweg is een baggerschip op een scheepswrak gestuit. Met de wrakkenkaart van de Rotterdamse haven in de hand bleek dat het om het ss Chryssi ging. Op 10 april start de spoedberging.

‘Gisteren is tijdens dikken mist het Grieksche ss Chryssi op den Nieuwen Waterweg nabij Poortershaven in aanvaring gekomen met een nog onbekend schip. De Chryssi bevindt zich in zinkenden toestand’

Zo begon het nieuwsbericht uit de Schiedamse Courant van 26 oktober 1938 over de aanvaring van twee schepen op de Nieuwe Waterweg. Ruim tachtig jaar later liggen de restanten ter hoogte van de Poortershaven van het schip er nog steeds. Dat bleek tijdens het verdiepen van de Nieuwe Waterweg toen een baggerschip tijdens werkzaamheden “op een object” stuitte. ‘Met een multibeam, een apparaat dat we gebruiken aan boord van het baggerschip om de afstand tot de zeebodem te berekenen, ontdekten we dat het object de vorm van een schip had’, zegt Edwin Hupkes, projectmanager van het Havenbedrijf Rotterdam. ‘Maar we wilden zeker weten wat voor schip het was en in welke conditie het zich bevond.’

Vijftien meter diep

En dus werd duik- en bergingsbedrijf W. Smit uit Rotterdam ingeschakeld. Begin februari gingen de duikers van Smit het scheepswrak onderzoeken. Edwin: ‘Het zicht was slecht, de duikers konden maar een meter ver zien vanwege de hoeveelheid modder. Het is daar ongeveer vijftien meter diep. Ze hadden wel lampen bij zich, maar het water was erg troebel. En het was niet het beste jaargetijde om te duiken.’

Volgens de wrakkenkaart, een kaart waarop alle scheepswrakken in en rond de Rotterdamse haven in kaart zijn gebracht, lag het de Chryssi een paar honderd meter verder. ‘Maar dit schip lag het dichtst in de buurt; andere wrakken lagen er niet. Het is mogelijk dat het wrak zich door de stroming heeft verplaatst. We kunnen dus met redelijke zekerheid vaststellen dat het om het ss Chryssi gaat, ook op basis van de duikmonsters. Er is onder andere steenkool aangetroffen en dat vervoerde het ss Chryssi tijdens die fatale tocht.’

Schroothandelaren

Als je op het wrak ss Chryssi googelt, kom je terecht bij het archief van de Schiedamse Courant. Het schip voer van Rotterdam naar Buenos Aires. Ze hebben nog geprobeerd om het schip de volgende dag te bergen, maar dat lukte niet. Vervolgens hebben ze een maand later met dynamiet het schip opgeblazen, zodat de vaarweg weer vrijkwam. Restanten van het schip zijn geborgen en aan schroothandelaren verkocht. Maar niet alle restanten werden dus weggehaald, zo bleek onlangs. Er waren geen slachtoffers, de kapitein en de bemanning konden op tijd van boord stappen in de reddingssloepen.

Dat gold ook voor de dieren die van boord werden gered. Zeven lammeren, twee biggen en twee koeien, om precies te zijn. Ook staat er in het krantenartikel dat dikke mist de oorzaak van de frontale botsing was en dat de knal van de botsing ‘tot ver in den omgeving te hooren was’.

‘De botsing blijkt te zijn geschied met het uitgaande Portugeesche stoomschip Maria Cristina. Dit schip heeft weinig schade opgeloopen, en heeft de reis vervolgd.

Archeologisch scheepswrak

Het gebeurt niet vaak dat baggeraars op scheepswrakken in de Rotterdamse haven stuiten. Edwin: ‘Toevallig kwamen we vorig jaar bij de aanleg van een nieuwe kademuur bij de HES Hartel Tank Terminal twee archeologische scheepswrakken tegen. Alleen bij de monding van de Maas liggen veel wrakken. Vroeger zijn daar veel schepen vergaan, vlak voordat ze - vaak met slecht weer - de haven in- of uitvoeren.’

Berging

Op 10 april starten de werkzaamheden voor de berging van het scheepswrak, waartoe Rijkswaterstaat aan Smit de opdracht heeft gegeven. Een wrakkengrijper zal het scheepswrak stukje voor stukje weghalen tot de juiste diepte van de vaarweg is bereikt. Edwin Stofbergen, projectmanager van Rijkswaterstaat: ‘Deze berging vraagt de nodige flexibiliteit van ons maar is hard nodig om de haven goed bereikbaar te houden.’ Rijkswaterstaat en Havenbedrijf Rotterdam werken al langere tijd samen om de Nieuwe Waterweg en de Botlek te verdiepen. Deze vaarwegen worden over een lengte van 25 kilometer anderhalve meter extra uitgediept. Genoeg om schepen met een diepgang van vijftien meter de haven te laten binnenvaren. Hierdoor kan per schip tot vijftig procent meer lading worden vervoerd. Edwin Stofbergen: ‘Gezien de omvang van het havengebied en het belang ervan voor de Nederlandse economie is de realisatie van deze verdieping een fantastisch werk waar we trots op mogen zijn.’