Trots op onze industrie

Column Allard Castelein, Chief Executive Officer Havenbedrijf Rotterdam

''Onze industrie is iets om trots op te zijn. De Rotterdamse industrie zorgt voor werkgelegenheid, is belangrijk voor de economie en maakt spullen die we allemaal elke dag gebruiken. Je zou denken dat we die industrie dus koesteren, maar ik merk in discussies over het Klimaatakkoord dat de industrie niet altijd op waarde geschat wordt. Vooral bij de vraag wie de rekening betaalt, wordt te gemakkelijk naar de industrie gewezen.''

''Nederland is een open economie. De industrie is grotendeels afhankelijk van de export. Als Nederland als enige een fikse CO2-belasting invoert, dan schiet Nederland in eigen voet. Je moet een hogere CO2-prijs of -belasting daarom samen met andere (Noordwest-)Europese landen invoeren. En dat zo’n hogere CO2-prijs nodig is voor de energietransitie staat buiten kijf. Nu kost het de industrie €20 om een ton CO2 te mogen uitstoten. Die prijs moet naar € 50 tot € 70. Dan worden nieuwe technieken rendabel en komt de energietransitie in een versnelling.

Bedrijven in Rotterdam willen graag investeren in CO2-reductie, maar als hun concurrenten elders dat niet doen, dan prijzen ze zichzelf letterlijk uit de markt. De oplossing? In internationaal verband werken aan een hogere CO2-prijs en ondertussen in Nederland een bonus-malus systeem invoeren zoals voorgesteld in het Ontwerp Klimaatakkoord: wie achterblijft betaalt een ‘boete’ en bedrijven die voorop lopen worden beloond. En ondertussen moeten we investeren in infrastructuur waarmee we het voor bedrijven mogelijk maken te vergroenen: bijvoorbeeld in warmtenetten, infrastructuur voor CO2, wind op zee en waterstof.

Juist dat we hier zo’n groot, sterk en efficiënt industriecluster hebben, een cluster om trots op te zijn, maakt dat Rotterdam een sterke uitgangspositie heeft in de transitie.”