EU onderhandelingen over richtlijn hernieuwbare energie kan belangrijkste energietransitie-projecten in Rotterdam in gevaar brengen

Op 13 juni wil het Bulgaarse voorzitterschap van de Europese Unie een overeenkomst sluiten met het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad over de herziening van de richtlijn hernieuwbare energie (REDII). Voor de haven van Rotterdam heeft de REDII een potentiële impact op verschillende energietransitie projecten die worden ontwikkeld met het oog op het decarboniseren van transport en industrie.

De Rotterdamse haven roept de onderhandelende partijen op om bij het afronden van de trialoogbesprekingen op woensdag rekening te houden met deze zorgen. Het havenbedrijf vraagt met name aandacht voor een stabiel beleidskader voor geavanceerde biobrandstoffen (Annex IX) waaronder een mandaat voor gerecycleerde koolstofbrandstoffen inclusief een realistische broeikasgassen reductiedrempel voor hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong en gerecycleerde koolstof houdende brandstoffen. Additioneel roepen we onderhandelaars op om EU duurzaamheidscriteria voor biomassa te harmoniseren en ervoor te zorgen dat de multiplier/versterker/vermenigvuldigingsfactor voor biobrandstoffen in de zeevaart behouden blijft.

Investerende partijen hebben vertrouwen nodig om in hernieuwbare energie en in de toepassing van hernieuwbare materialen in industriële processen te investeren. Het is daarom van cruciaal belang dat Annex IX ongewijzigd blijft. Voor de Rotterdamse haven vormen grondstoffen op deze lijst (b.v. de biomassafractie van niet-recycleerbaar huishoudelijk en industrieel afval) de inputstromen voor de afval-chemicaliënfabriek die de haven van Rotterdam, AkzoNobel, Enerkem en Air Liquide willen bouwen in Rotterdam als vlaggenschip van de nieuwe biobased Europese industrie en de energietransitie.

Verder wil de haven van Rotterdam een circulair chemisch cluster ontwikkelen dat gespecialiseerd is in het verwerken van afvalproducten tot duurzame grondstoffen, materialen en brandstoffen. We zijn verheugd dat er een mandaat is vastgesteld voor gerecycleerde koolstof houdende brandstoffen, dat wil zeggen vloeibare en gasvormige brandstoffen geproduceerd uit onvermijdelijke afvalstromen van niet-hernieuwbare oorsprong, inclusief afvalverwerkingsgassen, uitlaatgassen en vaste afvalstromen.

De GHG-drempel van 70% die momenteel wordt voorgesteld voor zowel bio-grondstoffen als gerecycleerde koolstof houdende brandstoffen is naar onze mening onrealistisch en daarom onhaalbaar. Naar onze mening moet de Europese Commissie het mandaat krijgen om de GHG-drempel vast te stellen na afdoende onderzoek.

Verder verwelkomt het Havenbedrijf de invoering van duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa, maar benadrukt het dat harmonisatie een voorwaarde is voor de verhandelbaarheid en uitwisselbaarheid van duurzame biomassa in Europa. Een geharmoniseerd raamwerk van duurzaamheidscriteria voor biomassa maakt een optimale uitwisseling van biomassastromen tussen verschillende gebruikers in Europa mogelijk. Dit leidt niet alleen tot een efficiënter gebruik van biomassastromen, maar ook tot duurzamere manieren om biomassa te gebruiken, omdat de omvang van de voorraden kan worden beperkt en gebruikers op de Europese biomassamarkt gemakkelijk overschotten van duurzame biomassa kunnen uitwisselen.

Ten slotte verwelkomt het Havenbedrijf het voorstel om een vermenigvuldigingsfactor toe te wijzen om het gebruik van hernieuwbare brandstoffen in de zeescheepvaart te ondersteunen. Dit is naar onze mening het enige juridische instrument dat - indirect - de CO₂-reductie in de zeescheepvaart zou kunnen stimuleren, aangezien de Internationale Maritieme Organisatie pas op zijn vroegst in 2023 met een strategie voor CO₂-reductie komt.

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page