Nieuws

Europees Energiebeleid na 2020 moet energietransitie stimuleren

Het Havenbedrijf Rotterdam wil koploper zijn in de transitie van een op fossiele grondstoffen- en energie gebaseerde industrie naar een duurzame industrie waarin hernieuwbare energie én grondstoffen, CO2 reductie en circulair produceren centraal staan. Om dat te bereiken is een langjarig stabiel wetgevend kader van belang. De Europese Commissie heeft onlangs de Europese richtlijn hernieuwbare energie (REDII) herzien. De voorgestelde wijzigingen in de richtlijn hebben betrekking op de manier waarop lidstaten - individueel en gezamenlijk – moeten gaan bijdragen aan de EU doelstelling voor hernieuwbare energie in 2030 in drie sectoren, te weten: elektriciteit, warmte en koude en transport. Voor het Havenbedrijf is van belang dat de richtlijn de juiste stimulansen bevat zodat bedrijven en overheden daadwerkelijk de overstap kunnen maken naar een duurzame economie.

Om dit te realiseren, pleit het havenbedrijf bij de herziening van de richtlijn hernieuwbare energie voor:

  • Een ambitieuzere doelstelling voor hernieuwbare energie op Europees niveau en de doorvertaling daarvan naar bindende nationale doelstellingen
  • Ruimte voor lidstaten om op nationaal niveau de doelstelling hernieuwbare energie te implementeren als een CO2 reductiedoelstelling
  • Een geharmoniseerd kader met Europese duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa om te zorgen dat biomassa uitwisselbaar (en dus verhandelbaar) is en er een goed functionerende Europese markt voor biomassa kan ontstaan
  • Ten aanzien van mee- en bijstook van biomassa: behoud van financiële steun voor mee- en bijstook van biomassa in centrales zonder WKK. Aanvullend zou de richtlijn niet alleen moeten gaan over het gebruik van biomassa in energieproductie, maar ook oog moeten hebben voor hoogwaardigere toepassingen van biomassa, bijvoorbeeld in de chemie. Om de biobased economy van de grond te krijgen zijn meerdere toepassingen van biomassa noodzakelijk en volgens ons moet het principe van cascadering daarin leidend zijn.
  • Het laten meetellen en niet limiteren van eerste generatie biobrandstoffen die voldoen aan de duurzaamheidseisen uit de richtlijn en die geen groot ILUC risico in zich dragen.
  • Behoud van de multiplier voor geavanceerde biobrandstoffen in maritiem transport
  • Gegarandeerde open toegang voor industriële restwarmte op lokale warmtenetten. Dit punt houdt verband met onze plannen voor de aanleg van een hoofdinfrastructuur in de haven die warmte moet gaan transporteren naar onder andere particulieren, tuinders en bedrijven in de provincie.

Hieronder vindt u de reactie van het Havenbedrijf Rotterdam op het richtlijnvoorstel van de Europese Commissie

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page