Persbericht

Havenbedrijf vindt dat Rli verkeerde conclusie trekt

Bron: Havenbedrijf Rotterdam

Reactie op Havenbedrijf Rotterdam op advies ‘Mainports voorbij’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, 1 juli 2016

Het Havenbedrijf Rotterdam onderschrijft op hoofdlijnen de analyse, maar niet de conclusie die de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) trekt in haar advies ‘Mainports voorbij’ van 1 juli 2016. De Rli merkt terecht op dat voor het behouden en versterken van de toegevoegde waarde van het Rotterdamse haven- en industriecomplex niet alleen moet worden gekeken naar groei van volumes en infrastructuur. Helaas verbindt het adviesorgaan daar de verkeerde conclusie aan, namelijk dat er geen specifiek mainportbeleid meer nodig is. Ontwikkelingen als klimaatverandering, energietransitie en digitalisering maken volgens het Havenbedrijf een mainportbeleid 2.0 juist nu noodzakelijk.

De Rotterdamse haven is van groot belang voor de Nederlandse economie: ze biedt aan 180.000 mensen werk en levert 21 miljard euro toegevoegde waarde. Het Havenbedrijf is het op hoofdlijnen eens met de analyse van de Rli, zoals de constatering dat het mainportbeleid niet louter geënt moet zijn op volumes en infrastructuur. Maar het Havenbedrijf constateert dat die grote volumes en de schaal van het complex wel mogelijkheden bieden voor efficiency, innovatie, clusterversterking en verduurzaming. De Rotterdamse haven staat voor grote uitdagingen. Met name klimaatverandering, energietransitie en digitalisering hebben een grote impact op het Rotterdamse haven- en industriecomplex. Het Havenbedrijf vindt juist daarom dat er sprake moet zijn van een gericht beleid om de noodzakelijke transitie succesvol te realiseren en zo de economische waarde van de mainport te behouden. Zo’n toekomstgericht mainportbeleid is gericht op het gebruik van data en ict om logistiek te optimaliseren en duurzamer te maken, op biobased brandstoffen en chemie, circulaire economie, hernieuwbare energie, benutting van havenwarmte, etc.

Een energietransitie komt er niet vanzelf. Die vraagt om beleid en investeringen voor bijvoorbeeld een warmtenetwerk, afvang en opslag van CO₂, biobased raffinage, opslag van windenergie (bijvoorbeeld door het om te zetten in waterstof), toepassing van het relatief schone LNG als transportbrandstof, etc. Hetzelfde geldt voor het efficiënter organiseren van de logistiek door digitalisering waarmee onder andere de huidige capaciteit van de Nederlandse infrastructuur beter kan worden benut. Op vrijwel al deze terreinen werken bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen en het Havenbedrijf samen aan plannen, maar blijven investeringen uit omdat duidelijke en meerjarige beleidskaders van de overheid ontbreken. Bovendien vergen zowel digitalisering als energietransitie investeringen die het havengebied overstijgen en die niet alleen door private partijen kunnen worden gedragen, zie bijvoorbeeld de investeringen in warmtenetten.

Het Havenbedrijf is het eens met de Raad dat de koppeling van de haven met de regionale economie kan worden versterkt en het vestigingsklimaat in al zijn facetten aandacht moet krijgen. Maar het Havenbedrijf vindt tegelijkertijd dat de Raad het belang van de internationale knooppuntfunctie van de haven onderschat. Overigens merkt het Havenbedrijf op dat de Raad op belangrijke onderdelen de verkeerde cijfers hanteert, met name de ontwikkeling van de toegevoegde waarde.

Kortom: in tegenstelling tot wat de Rli suggereert is een mainportbeleid 2.0 hard nodig, gericht op het behouden en verder ontwikkelen van de economische waarde van het havencomplex.

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page