Nieuws

Proeven in Rijnmondgebied met hergebruik van schone bagger

Praktijkproeven op drie locaties in het Rijnmondgebied moeten kennis opleveren over de mogelijkheden om gebaggerd zand en slib elders in het gebied weer toe te passen. Nu verdwijnt veel sediment uit de Rijn-Maasmonding in zee of in depots, terwijl het even verderop hard nodig is voor bijvoorbeeld natuurgebieden.

Nieuwe Maas, Rozenburg, haven Rotterdam

Doel van het project ‘Proeftuin Sediment Rijnmond’ is om het gebaggerde zand en slib zo lang mogelijk in het natuurlijke systeem van de Rijn-Maasmonding vast te houden. Dat komt het milieu en de veiligheid van de delta ten goede, menen de initiatiefnemers, waaronder onderzoeksinstituut Deltares en Rijkswaterstaat.

Het gaat globaal om het gebied ten westen van Dordrecht, met de Nieuwe Waterweg als boven- en het Haringvliet als ondergrens, legt projectleider Kees Sloff van Deltares uit. 'Onder andere door afsluitingen, met als gevolg een gebrek aan getijslag, slibben gebieden niet meer vanzelf aan. Op andere plekken, bijvoorbeeld in havens, is er juist te veel slib en moet er gebaggerd worden.'

Zo wordt alleen al in het Rotterdamse havengebied en de toegangsgeulen 15 tot 20 miljoen kubieke meter per jaar gebaggerd. Ook bij projecten als de aanleg van de Blankenburgtunnel onder de Nieuwe Waterweg komt veel sediment vrij.

Erosiekuilen

In de Proeftuin Sediment Rijnmond wordt in de praktijk onderzocht welke toepassingen goed werken en wat daarvoor nodig is. Dat gebeurt op drie verschillende nog te bepalen locaties, waar al onderhouds- en ontwikkelprojecten gepland staan.

Als voorbeeld noemt Sloff het opvullen van erosiekuilen in een rivierbedding met zand. Deze kuilen vormen een gevaar voor de veiligheid, omdat ze de stabiliteit van oevers en dijken aantasten. Door de stijging van de zeespiegel wordt dit probleem alleen maar urgenter.

'Kunnen we het opvullen van de kuilen op een slimme manier combineren met een vergelijkbare methode als bij de zandmotor, zodat de rivier niet verder erodeert? Maar we willen ook weten hoe het zand zich verplaatst, of het de scheepvaart hindert en wat de gevolgen zijn voor de natuur. Dat gaan we dus allemaal monitoren.'

Aan het project, dat vier jaar duurt, doen behalve Deltares en Rijkswaterstaat ook het Havenbedrijf, Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, Waterschap Hollandse Delta, Wageningen Marine Research en baggerbedrijf De Vries & Van de Wiel mee. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) heeft een subsidie toegekend.

Automatisch op de hoogte blijven van ontwikkelingen in de haven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page