Insight

Standpunt Havenbedrijf Rotterdam over kolencentrales

Bron: Havenbedrijf Rotterdam

Het Havenbedrijf Rotterdam wil de haven van Rotterdam ontwikkelen tot de meest duurzame haven ter wereld. Eén van de aandachtspunten binnen deze ambitie is het terugdringen van de CO2-emissies in het haven- en industriecomplex in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Sinds 1990 tot aan 2015 is de CO2-uitstoot in de regio Rotterdam echter met 40% toegenomen. Eén van de oorzaken van deze toename is de recente opening (in 2015 en 2016) van twee nieuwe kolencentrales. De verwachting is dat de emissies in de komende periode gaan afnemen, met name als gevolg van sluiting van de oude kolencentrale op de Maasvlakte zoals overeengekomen in het Energieakkoord. Dit zal echter niet voldoende zijn om de klimaatdoelen te bereiken.

Vanwege de impact van de nieuwe kolencentrales op de CO2-emissies, speelt binnen Nederland de discussie om ook deze nieuwe kolencentrales te sluiten. Dit is een dilemma voor het Havenbedrijf Rotterdam. Enerzijds dragen de kolencentrales bij aan de CO2-emissies in het gebied, anderzijds creëren ze toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Havenbedrijf Rotterdam is van mening dat de kolencentrales een rol kunnen spelen tijdens de energietransitie. Dat kan als de negatieve milieu-impact wordt beperkt door de benutting van restwarmte voor verwarming, door CO2 op te vangen en op te slaan (CCS) en/of door de bijstook van biomassa of lignine (een restproduct uit de biobased industrie) te faciliteren.

Zakelijke benadering
Het Havenbedrijf is van mening dat de huidige discussie over het sluiten van de nieuwe kolencentrales te veel door emoties wordt bepaald en pleit daarom voor een zakelijke benadering. Hierbij moeten drie aspecten leidend zijn: 1) hoe de CO2-uitstoot snel kan worden teruggedrongen; 2) hoe dat op een zo kostenefficiënt mogelijke manier kan gebeuren en 3) waarbij rekening wordt gehouden met de rol van de bestaande assets in de ontwikkeling van een duurzaam industriecluster. Onderstaand een aantal overwegingen die aangeven dat een snelle sluiting misschien wel de meest eenvoudige, maar niet de meest verstandige uitkomst van de discussie zou kunnen zijn.

  1. De discussie moet gaan over hoe we de CO2-uitstoot zo efficiënt mogelijk kunnen verminderen. Juist omdat het Klimaatakkoord van Parijs aangeeft dat Nederland een grotere inspanning moet leveren dan met het SER-akkoord gebeurt, is het belangrijk het probleem integraal te benaderen en een rationele afweging te maken welke maatregelen genomen moeten worden. Bij een besluit om alle kolencentrales te sluiten zonder totaalbeeld hoe Nederland invulling geeft aan het Klimaatakkoord van Parijs is volgens ons geen sprake van zo’n integrale, rationele benadering. Juist omdat de centrales een rol kunnen vervullen in de energietransitie (zie hierna).
  2. Om onder de 2°C opwarming te blijven, zijn alle beschikbare technische oplossingen hard nodig. Zonder afvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage, CCS) gaat het volgens deskundigen niet lukken binnen de 2°C te blijven, laat staan de gewenste 1,5°C te halen. Sterker nog: veel wetenschappers zijn van mening dat CO2 uit de lucht gehaald moet worden om de klimaatverandering binnen de perken te houden. De twee nieuwe centrales op de Maasvlakte zijn ‘capture ready’ gebouwd. Dit wil zeggen dat installaties voor het afvangen van CO2 kunnen worden toegevoegd. Er ligt een concreet plan om bij de centrale van Uniper een grootschalig demonstratieproject te doen met CCS, het zogenoemde ROAD project (Rotterdam Opvang en Afvang Demonstratieproject). De bedoeling is gedurende twee jaar 25% van de CO2-uitstoot van de Uniper centrale af te vangen en onder de Noordzee in een gasveld op te slaan. De urgentie van het klimaatvraagstuk maakt dat alle beschikbare techniek benut moet worden om de uitstoot te verlagen. Dit is het enige CCS-project van deze omvang in voorbereiding in Europa. Met dit project wordt in Rotterdam infrastructuur ontwikkeld die ook gebruikt kan worden voor de opslag van CO2 die afgevangen kan worden bij andere industrie in Rotterdam, denk hierbij aan de raffinaderijen en (petro)chemische industrie. Uniper en Engie hebben zich gecommitteerd samen € 100 miljoen bij te dragen aan dit project. Sluiting van de centrales op korte termijn zal ertoe leiden dat deze bijdrage vervalt. Maar ook het uitblijven van duidelijkheid over sluiting leidt tot het uitblijven van een investeringsbeslissing van de bedrijven in het CCS-project. Anderzijds is het zonder dralen nakomen van de toezegging om het ROAD project te realiseren van wezenlijk belang voor beide bedrijven om hun ‘license to operate’ te behouden.
  3. Bij de opwekking van elektriciteit, of het nu met kolen, gas of afval gebeurt, komt veel warmte vrij waar nu geen gebruik van wordt gemaakt. Bijna al het warme koelwater verdwijnt letterlijk in de Nieuwe Maas. Ook bij de raffinaderijen en in de chemie komt veel warmte vrij die de industrie niet kan benutten, omdat de temperatuur te laag is. Naar schatting wordt zo jaarlijks ongeveer 150 PJ ‘weggegooid’. Tegelijkertijd staan in steden als Rotterdam, Den Haag en Delft en in het Westland volop cv-ketels te draaien om woningen, kantoren en kassen warm te stoken. In de kassen wordt zelfs gestookt om CO2 te maken omdat planten daar harder van groeien. Er kan dus een behoorlijke energie-efficiency bereikt worden door warmte van de centrales en de industrie uit te koppelen en te benutten voor verwarming van kassen, woningen en kantoren. Verschillende overheden en bedrijven werken samen aan het opzetten van deze Warmterotonde. Bedoeling is een open net te creëren met meerdere aanbieders van warmte. Door deze open structuur is het mogelijk ook andere warmtebronnen zoals geothermie op het netwerk aan te sluiten en heeft de gebruiker keuze uit verschillende bronnen. Tegelijkertijd kan een deel van het afgevangen CO2 ook aan de kassen geleverd worden.
  4. De centrales zijn geschikt voor het bijstoken van grote hoeveelheden biomassa. Biomassa bestaat bijvoorbeeld uit houtsnippers. Er komt CO2 bij vrij, maar die is slechts enkele jaren of decennia ervoor door de bomen uit de lucht opgenomen en wordt door herplanting ‘netto’ ook weer uit de lucht gehaald (de zogenoemde korte koolstofkringloop). Een (en mogelijk beide) centrale(s) is om te bouwen tot een centrale die volledig op biomassa draait.
  5. Om de chemie te verduurzamen wil Rotterdam een bioraffinaderij realiseren. Zo’n raffinaderij gebruikt bijvoorbeeld hout als grondstof en haalt daaruit glucose en ethanol, bouwstenen voor de chemie en voor brandstofproductie. Lignine is in dat proces een restproduct waarmee men op dit moment niets anders kan dan het omzetten in elektriciteit door het te verstoken als biomassa in een centrale. De aanwezigheid van centrales die biomassa stoken helpt dus de businesscase van een bioraffinaderij rond te krijgen.
  6. De centrales zijn moderner en milieuvriendelijker dan vaak gesuggereerd wordt. Zo kunnen de nieuwe centrales, net als gasgestookte centrales, snel inspelen op het veranderd aanbod van zonne- en windenergie. Oude kolencentrales waren veel moeilijker ‘harder’ of ‘zachter’ te zetten. De nieuwe centrales stoten behalve CO2 vrijwel geen schadelijke stoffen uit. Zo vangt de centrale van ENGIE 99,99% van het fijnstof af dat vrijkomt bij het verbrandingsproces.
  7. Tien jaar geleden wilde de regering Nederland minder afhankelijk maken van olie en gas. Het kabinet Balkenende II heeft daarom destijds bewust gekozen voor kolencentrales. Als bedrijven nu kort na het opstarten van hun installaties gevraagd worden deze te sluiten, dan is dat een verkeerd signaal wat betreft de betrouwbaarheid van de overheid. Ondernemingen moeten erop kunnen vertrouwen dat regels niet ineens veranderen. Mocht de overheid tot sluiting willen overgaan, dan vereist dat, gelet op de drastische koerswijziging van het overheidsbeleid, een voor de bedrijven adequate compensatieregeling.
  8. Sluiting leidt mogelijk tot demontage en het in het buitenland weer opbouwen van deze state-of-the-art kolencentrales. Daar schiet het klimaat per saldo weinig of niets mee op.

Energie moet betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar zijn. Dat vraagt voorlopig, naast het vergroten van de energie-efficiëntie en het structureel uitbreiden van het aandeel hernieuwbare energie, om een mix van verschillende fossiele energiedragers. Gebruik van kolen kan daarin passen als we warmte uitkoppelen en benutten voor verwarming, de uitstoot van CO2 terugdringen met CCS en / of biomassa bijstoken. Van deze drie is het CCS-project wezenlijk voor de ‘license to operate’ van de centrales. Daarnaast draagt de aanwezigheid van deze centrales bij aan een positieve businesscase voor een bioraffinaderij.

Interviews met stakeholders
Onderstaande interviews bieden inzicht in de perspectieven van verschillende stakeholders binnen het kolendilemma.

Wim Broos, COO Coal Fired Generation van ENGIE
Hoe ziet u de rol van uw kolencentrales in de toekomst?
“In 2006 heeft D'66-minister Brinkhorst geoordeeld dat Nederland dringend behoefte had aan bijkomende elektriciteitsopwekking en betaalbare energie met een grote leveringszekerheid. Dat was een voor ons en andere energiebedrijven om nieuwe kolencentrales te bouwen. De overtuiging was groot dat de behoefte aan elektriciteit almaar zou toenemen en niemand had toen gedacht dat hernieuwbare energie, weliswaar sterk gesubsidieerd, zich in korte tijd zo zou ontwikkelen. Voorwaarde voor de bouw van onze centrale en die van onze concurrenten was dat het de schoonste centrales van Europa moesten worden. Dat zijn ze ook, met afstand behoren ze tot de wereldtop. Onze centrale is zelfs geschikt om volledig om te bouwen naar biomassa. De voorbije maanden is hevig gedebatteerd over vervroegde sluitingen. We zijn de speelbal geworden van een gepolariseerd politiek landschap. Dat terwijl ENGIE's strategie al gericht is op een sterke decarbonisatie van haar portfolio. Concreet houdt deze strategie in dat we onze kolencentrales willen verkopen en/of sterk verduurzamen. Verduurzaming past uitstekend in de visie van het Havenbedrijf. Een stabiel politiek kader is dan wel cruciaal. In feite is in onze vergunning al rekening gehouden met zo'n verduurzamingsscenario."

Wat is de impact van de ENGIE kolencentrale?
“Onze centrale heeft een zeer hoog rendement van 46% en een heel groot deel van de centrale bestaat uit installaties om de uitgestoten rookgassen te filteren. Hierdoor worden onze emissies van fijnstof, stikstof- en zwaveloxiden heel sterk teruggebracht. We stoten weliswaar CO2 uit, per kWh bijna het dubbele van een nieuwe gascentrale, maar veel minder dan de gemiddelde steenkolencentrale in Europa. En we kunnen dit nog verder terugbrengen. Als we ons aansluiten op een net voor stadsverwarming of verwarming van kassen, dan wordt het globale rendement nog hoger. Met afvang en opslag van CO2 in combinatie met bijstook van biomassa kunnen we zelfs netto gezien CO2 uit de lucht halen. Als de Nederlandse overheid besluit onze centrale vervroegd te sluiten dan gaan oude kolencentrales in Polen en Duitsland
meer draaien. Die centrales zijn veel minder efficiënt en veel minder schoon. Het klimaateffect van een dergelijke sluiting is op Europese schaal dan ook zo goed als nihil.”

Tuinders in het Westland geven al aan dat ze geen restwarmte van kolencentrales willen. Dan wordt levering van restwarmte lastig.
“De perceptie die het publiek heeft, is gedreven door emoties en wordt gevoed door bepaalde milieuorganisatie en sommige politieke partijen. Zij spiegelen voor dat er een eenvoudige en radicale keuze is tussen duurzame energie en fossiele energie. Die keuze hebben we nu nog niet. We zitten in een overgangsfase waarin we beide nodig hebben. Om de CO2-reductiedoelstellingen te halen en tegelijkertijd de toegang tot energie betaalbaar en betrouwbaar te houden- ook bij afwezigheid van voldoende zon en wind- is een integrale benadering nodig.”

Wat is er nodig om met de kolencentrales de CO2-reductiedoelstellingen te halen?
“We hebben een stabiel, regelgevend kader nodig, waarop we kunnen bouwen. De huidige kolencentrales kunnen een belangrijke rol spelen in een biobased cluster in de Rotterdamse haven. De reststoffen (biomassa) die uit zulke biobased industrie voortkomen, kunnen wij als brandstof inzetten, waardoor onze CO2-uitstoot per kWH afneemt of zelfs negatief kan worden in combinatie met afvang en opslag van CO2. Maar daarvoor zijn investeringen nodig, van ons en andere partijen. En die zien de huidige situatie ook, waarin de mogelijkheid bestaat dat nieuwe fabrieken verplicht moeten sluiten, net na hun opstart. Geen enkel bedrijf wil investeren in een politiek klimaat dat continu verandert. We vragen dan ook om duidelijkheid. Zelfs als dat betekent dat we onze centrale vervroegd moeten sluiten. We zijn bereid in zo'n
scenario in te stappen. Natuurlijk verwachten we dan een gepaste compensatie. We investeerden immers 1,5 miljard euro in onze centrale en rekenen op 35 tot 40 jaar exploitatie."

Wat vindt u van de rol die het Havenbedrijf Rotterdam inneemt in de kolendiscussie?
“Het Havenbedrijf Rotterdam heeft het initiatief genomen om een visie op te stellen voor een biobased cluster met daarin een rol voor de kolencentrales. Dat is ontzettend belangrijk. Het Havenbedrijf is een stabiele organisatie die ver vooruit kan en wil kijken. Veel verder dan één verkiezingstermijn. Het vertegenwoordigt de belangen van de globale Rotterdamse industrie en is een van de pijlers van de Nederlandse economie en werkgelegenheid.”

Tjerk Wagenaar, directeur van Natuur & Milieu
Natuur & Milieu pleit voor sluiting van alle kolencentrales. Waarom?
“Wij pleiten voor sluiting van alle kolencentrales in 2020. In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat we de temperatuurstijging van de aarde moeten beperken tot 1,5 graad. Dat betekent dat we in Nederland in 2035 CO2-neutraal moeten zijn. Het is zaak dit op een slimme manier te realiseren. Het sluiten van alle Nederlandse kolencentrales levert in een klap 11% CO2-reductie op. En het is ook de financieel gunstigste manier. Om de doelstellingen uit het klimaatakkoord te behalen, zal de prijs voor CO2-emissierechten moeten worden verhoogd tot 75 tot 100 euro per ton CO2. Die prijs ligt nu ergens tussen de vijf en tien euro. Indien we morgen met de reële prijs van CO2 rekenen, zijn de kolencentrales overmorgen dicht. Het verbranden van kolen is een heel inefficiënte manier om energie op te wekken. Om het klimaatakkoord te behalen, mogen we tot 2050 bovendien nog maar een zeer beperkt aantal gigaton aan CO2 uitstoten. Ik ben van mening dat we de CO2 die ons nog rest slim moeten inzetten. Voor elektriciteit zijn er alternatieven. In Nederland staan de schonere gascentrales momenteel uit, deze stoten de helft minder CO2 uit dan een kolencentrale. En we kunnen veel meer inzetten op windenergie. Laten we dat beetje CO2 dat we nog mogen uitstoten, gebruiken voor industrieën en sectoren waar nog geen schone alternatieven voor zijn, zoals voor de scheepvaart of industriële processen.”

Worden we dan niet afhankelijk van energie van minder schone kolencentrales in het buitenland?
“Sluiting van de centrales in Nederland levert sowieso een vermindering van de CO2-uitstoot op. Uiteindelijk zullen alle kolencentrales in Europa moeten sluiten, dat is een kwestie van tijd. Alle Europese landen hebben zich immers gecommitteerd aan de afspraken in Parijs. Hoe eerder we de centrales in Nederland sluiten, hoe beter. Bovendien geldt dat we in Nederland een alternatief hebben. Hier staan gascentrales in de mottenballen, die een tijdelijk CO2-armer alternatief voor de kolencentrales zijn, en we hebben allerlei duurzame opties zoals wind op zee.”

Wat is er nodig om de kolencentrales in Nederland allemaal te kunnen sluiten?
“Voorlopig zullen de gascentrales weer aan moeten en de energiemaatschappijen en netbeheerders moeten samen met een plan komen om de energievoorziening op peil te houden, maar in principe is er in 2020, als de kolencentrales volgens ons dicht moeten zijn, voldoende stroom beschikbaar met windmolens en tijdelijk de gascentrales. Ook is het reëel om er rekening mee te houden dat er compensatie komt voor de kolencentrales. Die staan er overigens helemaal niet onbereidwillig tegenover om te sluiten, maar die willen daarvoor wel geld zien. Ook moeten de mensen die hun werk verliezen als gevolg van de sluiting voldoende geld, tijd, scholing en begeleiding krijgen om een andere baan te vinden. Daar staat tegenover dat er meer werk beschikbaar komt in de duurzame-energiesector. Uiteindelijk zal het volgens het SEO-onderzoek slechts zo’n twaalf tot veertien euro per jaar per huishouden duurder worden als de kolencentrales sluiten. Daar staan dan weer voordelen op het gebied van volksgezondheid en milieu tegenover.”

ENGIE, Uniper en Havenbedrijf Rotterdam zeggen: De nieuwe centrales op de Maasvlakte kunnen een rol spelen bij het behalen van de CO2-doelstellingen. Hoe kijkt u daar tegenaan?
*“Het is allemaal pleisters plakken. Mijn mening is: zet nu in op datgene dat je in 2030 wilt hebben. De kolencentrales verder verduurzamen, kost acht miljard aan subsidies. Bijstook van biomassa en de afvang van CO2 zijn allebei hartstikke duur en we schieten er op de lange termijn niets mee op. De kolencentrales kunnen hun CO2-uitstoot daarmee hoogstens halveren, niet reduceren tot nul. Ik ben helemaal voor de inzet van biogrondstoffen, maar doe dat dan op een zo hoogwaardig mogelijke manier. Maak er biobrandstoffen van voor sectoren waarvoor nog geen alternatieven zijn, zoals de zware logistiek, lucht- en scheepvaart. Verbranden van biomassa in kolencentrales is de laagst mogelijke toepassing. Natuur & Milieu is binnen randvoorwaarden ook voorstander van CCS, de opvang en opslag van CO2, maar
niet in het geval van energieopwekking door de kolencentrales. Daar zijn schone alternatieven voor. Pas CCS juist toe voor het verduurzamen van die processen waar voorlopig geen alternatieven voor zijn, zoals de chemie.”

Wat vindt u van de positie die het Havenbedrijf inneemt in de energietransitie?
*“Het Havenbedrijf zou veel meer een leidende rol op zich moeten nemen in de energietransitie. De veranderingen gaan ontzettend hard. In tien tot vijftien jaar zal het hele industriële havencluster anders zijn. We moeten voorkomen dat de havenbaronnen hetzelfde lot wacht als de textielbaronnen in Twente. Het Havenbedrijf zou een duidelijk plan moeten hebben van hoe het haven- en industrieelcomplex eruit ziet als die CO2-prijs inderdaad 75 tot 100 euro per ton wordt. Maar tot nu toe heb ik een dergelijk plan nog niet gezien. De industrie moet veel meer biobased zijn. Ook in de scheepvaart liggen enorme kansen, want alle schepen die nu wereldwijd varen zullen omgebouwd moeten worden om op LNG en op termijn op bio-LNG te kunnen varen. Als je dat als haven naar je toe kunt trekken, levert dat veel bedrijvigheid op. Ook moet er een businesscase komen voor een warmtecluster voor heel Rotterdam. Een aftakking naar de kolencentrales is daarin wat mij betreft weggegooid geld. Richt je op duurzamere bronnen als geothermie en restwarmte uit de industrie. Zo kan de haven weer voorop lopen in industrie en logistiek en de groene motor zijn voor de BV Nederland.”

Co2 footprint Havenbedrijf Rotterdam

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page