Bunkercijfers in de haven van Rotterdam in het eerste kwartaal 25% lager vergeleken met een jaar geleden
Leestijd: 1 minuut
De bunkerafzet in de haven van Rotterdam is in het eerste kwartaal van 2026 zo’n 25 procent lager dan in het eerste kwartaal van 2025. De grootste daling deed zich voor bij het segment van fossiele stookolie, met name VLSFO (-44%), HSFO (-25%) en ULSFO (-13%), terwijl ook fossiele destillaten afnamen (MGO -7% en MDO -11%).
Tegelijkertijd laten alternatieve brandstoffen een (lichte) stijging zien: de afzet van (bio-)LNG en (bio)methanol steeg met 6,4%, en bioblended brandstoffen namen met 2,7% toe, vooral door een verschuiving naar bioblended destillaten. Bioblended LNG werd voor het eerst op significante schaal geleverd, met ruim 15.000 m³ in Q1 2026.
Mogelijke verklaringen
De ontwikkelingen kunnen onder meer worden verklaard door de implementatie van REDIII in Nederland, die er voor heeft gezorgd dat de prijs in Nederland hoger werd ten opzichte van de prijs in omringende landen. Ook kunnen operationele wijzigingen in regelgeving en beleid hebben meegespeeld. Daarnaast heeft prijsvolatiliteit en prijsonzekerheid mogelijk geleid tot een lagere bunkering in Rotterdam.
De gevolgen van de ontwikkelingen in de Straat van Hormuz zijn nog niet terug te zien in de bunkercijfers van het eerste kwartaal van 2026; die zullen pas duidelijker te merken zijn in de bunkercijfers uit Q2.