Header image

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

11 mei 2021
Hoe kunnen wij je helpen?

Aan de aanleg van Maasvlakte 2 ging een uitgebreide en zorgvuldige fase van voorbereiding vooraf. Als één van de belangrijkste havens ter wereld en als grootste haven van Europa, levert Rotterdam een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie.

Tegen het einde van de vorige eeuw was in het bestaande haven- en industriegebied voor nieuwe bedrijven én bestaande klanten die wilden uitbreiden vrijwel geen ruimte meer beschikbaar. Voor de ontwikkeling en concurrentiepositie van Rotterdam was extra ruimte noodzakelijk. Daarom nam de Nederlandse overheid het besluit de mainport Rotterdam te versterken. Maar wel met respect voor natuur en milieu en de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. Daartoe werd het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) opgericht.

PMR bestaat uit drie deelprojecten:

  • Maasvlakte 2
    Aanleg van nieuw havengebied en uitvoering van bijbehorende natuurcompensatie om schade aan beschermde natuur te compenseren.
  • 750 hectare nieuwe natuur- en recreatiegebieden
    Te ontwikkelen op Midden-IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam.
  • Bestaand Rotterdams Gebied
    Een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving in de regio Rijnmond te verbeteren.

Het Havenbedrijf Rotterdam realiseerde Maasvlakte 2 voor eigen rekening en risico. Het project werd business case gestuurd uitgevoerd. De aandeelhouders van het Havenbedrijf: het rijk en de gemeente Rotterdam volgden de voortgang nauwlettend. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is het coördinerend ministerie voor PMR. Het Rijk heeft middels de UWO Landaanwinning (privaatrechtelijke overeenkomst) de verantwoordelijkheid voor de realisatie en monitoring van de natuurcompensatie. Zowel de aanleg, de aanwezigheid als het gebruik van Maasvlakte 2 dient namelijk wettelijk gecompenseerd te worden.

Los van de aanleg van Maasvlakte 2 en de wettelijk verplichte natuurcompensatie omvat PMR ook de impuls aan de verbetering van de leefomgeving. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het deelproject 750 hectare natuur- en recreatiegebied (o.a. Buytenland van Rhoon). De gemeente Rotterdam, tot slot, voerde de regie over het deelproject Bestaand Rotterdams Gebied.

Milieueffectrapportages

Voordat met de aanleg van Maasvlakte 2 van start kon, zijn zeer uitgebreide milieustudies gedaan. Deze milieustudies zijn wettelijk verplicht. Het gaat om:

  • Milieueffectrapport Aanleg (MER A)
    Voor de zandwinning en realisatie van de havenuitbreiding
  • Milieueffectrapport Bestemming (MER B)
    Voor de inrichting en exploitatie van het nieuwe havengebied

Beide rapportages, in totaal ruim 6.000 pagina’s, werden in 2007 afgerond. Omdat er op basis van deze studies adequate en voldoende maatregelen konden worden getroffen om (eventuele) negatieve effecten te voorkomen, te mitigeren of te compenseren, konden de autoriteiten overgaan tot de verlening van de benodigde vergunningen.

De MER-en beschrijven de effecten van aanleg en gebruik van Maasvlakte 2 en tonen de te nemen maatregelen op veertien gebieden: Verkeer en vervoer, Geluid, Lucht, Externe veiligheid, Water, Licht, Natuur, Landschap, Recreatief medegebruik, Nautische veiligheid en bereikbaarheid, Kust en zee, Milieukwaliteit, Gebruiksfuncties en Archeologie.

Natuurcompensatie

Maasvlakte 2 is aangelegd in het Natura2000-gebied de Voordelta, een beschermd natuurgebied. Dit is gebeurd met respect voor de natuur, maar niet zonder invloed op die natuur. Daarvoor vindt volgens Europese regelgeving natuurcompensatie plaats. Die bestaat uit:

• Instelling van ca. 25.000 hectare bodembeschermingsgebied voor de kust van Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten, met rustgebieden voor vogels;
• Aanleg van ca. 35 hectare nieuw duingebied langs de kust van Delfland, tussen Hoek van Holland en Ter Heijde.

Monitoring en Evaluatie Programma's

De milieueffectrapporten Aanleg en Bestemming zijn uitgegaan van de minst rooskleurige situaties, oftewel worst-case scenario's. Bovendien zijn ruime marges genomen. Maar hebben de mogelijk te verwachten effecten zich ook daadwerkelijk voorgedaan tijdens bijvoorbeeld zandwinning en landaanwinning? Zijn de verwachtingen ten aanzien van de natuurwaarden voor de duincompensatie en het bodembeschermingsgebied uitgekomen? En hoe staat het nu met de luchtkwaliteit?

Voor de aanleg, aanwezigheid en gebruik van Maasvlakte 2 zijn uitgebreide Monitoring en Evaluatie Programma's (MEP’s) opgesteld, e.e.a. ingevolge de Wet milieubeheer en conform de afspraken die zijn vastgelegd in de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB PMR 2006). Het gaat om de volgende vier MEP’s: MEP Aanleg (aanleg en zandwinning), MEP Bestemming (gebruik incl. effecten op bestaande duinen), MEP Natuurcompensatie Voordelta (effectiviteit compensatiemaatregelen) en MEP Natuurcompensatie Spanjaardsduin (aanleg en ontwikkeling duincompensatie). Om de 5 jaar wordt in het kader van elk van de vier MEP’s een evaluatie uitgevoerd.

De MEP's kennen een tweeledig doel. Het eerste doel is verificatie: hoe verhouden de werkelijke effecten zich tot de voorspellingen in de milieueffectrapporten Aanleg en Bestemming? Het tweede is het invullen van leemten in kennis: aangezien veel onderzoeken nooit eerder zijn uitgevoerd, levert het nieuwe informatie en inzichten op. Voor de aanleg van Maasvlakte 2 was weinig kennis over de gevolgen van grootschalige zandwinning op de natuur, zeebodem en visstand beschikbaar. De monitoringsresultaten worden door de bevoegde gezagen om de vijf jaar geëvalueerd. Als er aanleiding voor is, worden de monitoringsplannen aangepast.

Voor het monitoren van de effecten van de aanleg (incl. zandwinning) en aanwezigheid van Maasvlakte 2 is een uitgebreid monitoringsplan (MP) opgesteld door het Havenbedrijf Rotterdam. Dit MP is goedgekeurd door bevoegd gezag en levert input voor de vijfjarige evaluaties van het Rijk (beantwoording van de in de MEP’s geformuleerde evaluatievragen van het bevoegd gezag). Hier volgen enkele voorbeelden van monitoring door het Havenbedrijf Rotterdam.

Slibverspreiding door zandwinning

De grootschalige zandwinning op de Noordzee is een ingreep waarbij indirecte en lastig op te sporen (tijdelijke) effecten worden verwacht. De belangrijkste ecologische effecten van zandwinning zijn het verdwijnen van bodemleven en na de zandwinning het natuurlijk herstel van bodem en bodemleven op en in de directe omgeving van de zandwinlocaties. Daarnaast zijn er de mogelijke effecten van het vrijkomen van slib op de natuurlijke processen in de directe omgeving en het Far Field in meerdere aaneengesloten voedselketens (het voedselweb) en daarmee op de hoeveelheid schelpdieren en vogels. In 2009 en 2010 werd de bulk van het zand gewonnen: ca. 190 miljoen m3 van de totaal 220 miljoen m3 voor de eerste fase van de aanleg. In 2013 vond de oplevering hiervan plaats.

Benthos en bodembemonstering

In dit programma worden de mogelijke oorzakelijke verbanden tussen zandwinning en de gemeten veranderingen gelegd. Zo komt er inzicht in de ingreep-effectketens. In de nabije omgeving van de zandwinlocaties en in het gebied van Vlissingen tot aan Petten zijn op 300 plekken benthos en bodemmonsters genomen om de samenstelling van de fauna en de bodemsamenstelling (slibgehalte) vast te stellen. Na de nulmetingen in 2006 en 2008 zijn gedurende de zandwinning deze metingen ieder jaar herhaald tot en met 2012. De rekolonisatiemonitoring benthos van de winputten is in 2009 met een nulmeting gestart en gemonitoord in 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en 2017.

Erosiekuil

Door de aanleg van Maasvlakte 2 ontstaat ten westen van deze landaanwinning in zee een ontgrondingskuil. Deze kuil verdiept op termijn tot beneden -20m NAP, wat betekent dat er een habitattype (H1110) verdwijnt dat van belang is voor o.a. eider- en zwarte zee-eenden. Na 10 jaar mag dit niet meer zijn dan 470 ha omdat de compensatie in de Voordelta daarop is afgestemd. Ieder jaar wordt de erosiekuil gemonitoord. Vooralsnog blijkt dat het oppervlak ruim binnen de gestelde grenzen blijft, ook al groeit de erosiekuil in de loop der jaren gestaag.

Tafel van Borging

Het Havenbedrijf heeft veel aandacht gehad voor de invulling van stakeholdermanagement. Uitgangspunt daarbij was dat de ‘license to grow’ verdiend en gegund moest worden. Daarbij zijn stakeholders van cruciaal belang. Ook de NGO’s hebben hierin durf getoond. Zij stonden voor hun achterban en belangen, maar hebben eveneens de noodzaak van de havenuitbreiding erkend. DCMR schrijft i.o.v. de PMR-partners de jaarlijkse integrale rapportages waarin de voortgang van 24 afspraken uit het Afsprakenkader beschreven worden.

De Tafel van de Borging geeft haar oordeel over deze integrale rapportages en brengt, indien daar aanleiding toe is, advies uit.