Digitalisering

Rail Connected op stoom

20 juni 2023
Hoe kunnen wij je helpen?

Het ‘Rail Connected’-programma staat inmiddels een goed jaar op de rails. Bij de start werd de lat hoog gelegd: ‘Een eerste stap richting een boost voor de groei van spoorgoederenverkeer’. Hoe staat het ermee een jaar na dato? Een update uit de sector: ‘We zijn er lang mee bezig geweest; mooi dat nu de eerste stappen gezet zijn.’

Ontrack visual

Het groeiprogramma ‘Rail Connected’ vloeit voort uit het Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer om het goederentransport per spoor te stimuleren. Het programma wordt gefinancierd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam. Het Havenbedrijf coördineert het programma dat samen met marktpartijen wordt vormgegeven.

Doel ervan is om door middel van digitalisering de informatie-uitwisseling tussen vervoerders, rail operators en terminals te stroomlijnen en zo handmatige handelingen te reduceren. Matthijs van Doorn, directeur Commercie van het Havenbedrijf Rotterdam, meldde bij de start van het project: “Ons doel is om verder te bouwen aan een competitief spooraanbod. Dat gaat alleen lukken als we extra stappen zetten in efficiëntie, transparantie en betrouwbaarheid. Daarvoor zijn digitalisering en het delen van data onontbeerlijk.”

Voormelden

“Die eerste stappen zijn we nu zeker aan het zetten”, meldt Remmert Braat. Hij is vanuit Portbase, aanbieder van het Port Community Systeem, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de digitale infrastructuur die Rail Connected mogelijk moet maken. “We zijn begonnen bij de basis: het voormelden van de treinen. Eén keer per week meldt iedereen digitaal welke treinen er die week daarna gaan rijden.” Dat klinkt als een kleine stap, maar Niels Jansen, network specialist bij aanbieder van spoor- en binnenvaartdiensten Hutchison Ports Europe Intermodal, is er bijzonder content mee. “Dat inzicht helpt ons enorm. Je ziet of er slots vrijvallen. We zijn er in de sector dan ook al lang mee bezig om het te organiseren, maar het liep steeds spaak. Nu is het dan eindelijk geregeld.”

Collega Raymon van Bokkem, senior business consultant bij Hutchison Ports Europe Intermodal, denkt dat juist in die kleine stappen een deel van het succes van het programma schuilt. “Kleine stappen geven sneller resultaat. Natuurlijk hebben we een groots einddoel in gedachten, maar laten we beginnen met de basis op orde te krijgen en van daaruit verder gaan. Dat werkt.”

Gezamenlijk belang

Een ander deel van waarom Rail Connected werkt, is omdat nu de hele keten aan tafel zit. Van Bokkem vervolgt: “Echt alle partijen zijn aangeschoven. Ook de tractie-leveranciers doen mee. Onder begeleiding van het Havenbedrijf en Portbase is het mogelijk geworden om alles open met elkaar te bespreken. Ik denk dat dat eigenlijk nog wel belangrijker is dan de technische oplossingen die bedacht worden. Je voelt het gezamenlijk belang.”

Bij de start van Rail Connected hadden zich reeds negentien partijen uit het spoorgoederenvervoer aangesloten bij het programma. Naast deepsea containerterminals RWG en Hutchison Ports ECT Rotterdam, waren dat: Contargo, Combi Terminal Twente-Rotterdam, Danser Group, DB Cargo Nederland, DistriRail, European Gateway Services, Haeger & Schmidt Logistics, KombiRail Europe, LTE Logistics & Transport, Neska Intermodal, Optimodal, Portshuttle, Rail Force One, Raillogix, Rotterdam Rail Feeding, RTB Cargo en Trimodal Europe. Het afgelopen jaar zijn daar nog eens vijf partijen bijgekomen: ERS Railways, Lineas, Rail Service Center Rotterdam, DP World en APM Terminals Maasvlakte II. Daarmee is de Rotterdamse spoorgoederensector grotendeels afgedekt. Jansen hoopt echter dat ook de laatste partijen zo snel mogelijk zullen meedoen. “Hoe meer er meedoen, hoe groter de efficiency die we met elkaar kunnen bereiken.”

Rebecca McFedries van containerterminal RWG sluit zich hierbij aan: “Digitalisering, datadeling en samenwerking zijn van cruciaal belang voor het optimaliseren van spoorgoederenverkeer. Als diepzee terminal vinden wij het belangrijk om deel te nemen aan initiatieven die verbeteringen teweegbrengen in goederentransport naar het achterland.”

Excels over de mail

Met de eerste stap – ‘voormelding trein’ – geïmplementeerd, wordt alweer volop gewerkt aan stap 2. “Eind 2023 willen we digitaal inzichtelijk hebben gemaakt hoe elke trein is samengesteld”, legt Braat van Portbase uit. “Welke loc, hoeveel wagons, van welk soort en op welke wagon staat welke container.”

Djaswan Kowlesar, head of Planning Operations NL bij treinoperator RTB Cargo, ziet er naar uit. “Het digitaal uitwisselen van eenduidige lading- en treininfo is voor ons als tractieleverancier zeer interessant. Laadplanningen van treinen ontvangen we nu bijvoorbeeld nog via mail in PDF of Excel. De laadgewichten moeten we daarna handmatig uitrekenen en in ons systeem verwerken. Daarnaast komt het zeer regelmatig voor dat als onze machinist zijn trein controleert er afwijkingen zijn ten opzichte van die laadplanning. Het zou erg handig zijn en veel tijd schelen als een terminal pro-actief en digitaal een lijst verstuurd waarin duidelijk is wat er geladen is en wat toch niet.”

Onderling vertrouwen

“Dat iedereen inzicht krijgt in de treinsamenstelling, zorgt dat we veel ‘waste’ voorkomen”, sluit Van Bokkem daarbij aan. “Fouten worden eerder ontdekt, capaciteit veel beter benut en uitval kan tijdig worden gesignaleerd, waardoor je een andere container in kunt plannen. Als we dit op orde krijgen, zorgt dat niet alleen voor meer efficiëntie en betrouwbaarheid van het spoorgoederenvervoer als product, maar ook voor meer vertrouwen onderling in de keten. Dat zou echt een mooie stap zijn.”

Wat Suzanne Smit, programmamanager namens Havenbedrijf Rotterdam, betreft stopt het daar niet mee. Inmiddels zijn de voorbereiding voor stap 3 en verder gezet. “We brengen nu in kaart welke andere handmatige handelingen we zouden kunnen digitaliseren om daarmee het railproduct te verbeteren. Waar we in ieder geval mee aan de slag willen, is met het implementeren van een ‘track & trace’-systeem voor treinen. Waar is de trein nu en hoe staat het met de estimated time of arrival – de ETA – oftewel: hoe laat komt ‘ie aan. In dat kader willen we dan ook de samenwerking met ProRail verder oppakken, zodat zij camera’s en sensoren op de emplacementen installeren, die daarbij behulpzaam zijn. Ook zoeken we aansluiting bij het Rail Network Europe. Dan zijn we overigens inmiddels wel een stuk verder in de tijd. Belangrijke tussenstap die we daarvoor nog moeten nemen, is dat we standaarden afspreken. Wat bedoelen we met de termen en begrippen die we gebruiken? Nu loopt dat nog door elkaar. Zonder die eenduidigheid is het heel erg moeilijk om processen te digitaliseren.”

Voorspelbaarheid

Er valt dus nog genoeg op te pakken binnen het spoorgoederenvervoer. Ruim een jaar na de start overheerst echter het optimisme over de eerste behaalde resultaten en de ontwikkelingen die ingezet zijn. Van Doorn: “De transparantie en inzichten die door digitalisering ontstaan, dragen bij aan een betere voorspelbaarheid van het product spoorgoederenvervoer. Daardoor kan uiteindelijk het gebruik van het spoor, de treinen en de inzet van medewerkers geoptimaliseerd worden. En dat is een goede ontwikkeling voor alle betrokkenen.”