Mens & haven

Verliefd op hun drijvend woonschip

23 maart 2023
Dit artikel is verschenen in de Havenkrant
Hoe kunnen wij je helpen?

Binnenvaartschipper Adrie Visser en zijn vrouw Carola behoren tot de eerste bewoners van Erfgoedhavens Rotterdam. De haven waar ze liggen is rustig, maar zelf neemt Adrie nooit rust: als hij niet vaart, valt er altijd wel iets te klussen.

Binnenvaartschipper Adrie Visser en zijn vrouw Carola aan dek

Van (groot)vader op zoon, dat is in het kort hoe Adrie Visser (60) schipper werd. Hij groeide op aan boord van een schip en ging al jong naar het Schippersinternaat. Elke dag liep Adrie langs de Schie naar school, waar het vrachtschip de Eben Haezer (bouwjaar 1910) aan de kade lag. Na zijn schooltijd werkte Adrie een paar jaar aan wal, tot hij in 1984 hoorde dat het schip te koop was. Adrie was 21 toen hij als derde eigenaar van de Eben Haezer zelfstandig ondernemer en binnenvaartschipper werd. En zo werden zijn twee zoons en twee dochters, net als hij zelf, schipperskinderen. Daardoor groeiden ze op aan boord en gingen vanaf hun zesde naar het Schippersinternaat.  

Internaat

Tegenwoordig is het niet meer zo gewoon dat je als gezin of echtpaar vaart. Maar Carola en Adrie weten niet beter. Ze trouwden vanaf de Eben Haezer, die destijds in de Leuvehaven lag. Carola, die van de wal komt, herinnert zich nog goed haar eerste twee vaartochten: windkracht 9 in de Europoort en windkracht 8 op het IJsselmeer. ‘Dat was best spannend, want het schip had nog geen boegschroef. Het voorste gedeelte ging flink heen en weer en aanleggen was een uitdaging. Je groeit in het leven aan boord. Alles doen we samen, daarom telt ons huwelijk dubbel’, lacht Carola. Zwaar was het nooit, behalve misschien de jaren dat haar dochters naar het internaat gingen. ‘De meiden hadden het leuk, hoor, maar ik miste ze. Waar we ook waren, ik haalde ze elke woensdagmiddag en vrijdag op.’ 

Thuishaven

Ze liggen nu zes jaar in de Scheepmakershaven. Rotterdam was altijd al hun thuishaven, ook toen Adrie in 2011 in de Leuvehaven eigenhandig van de Eben Haezer een woonschip maakte. Alleen het stalen dak liet hij op maat maken en erop plaatsen, verder is elke centimeter van het woonschip door zijn twee rechterhanden gegaan. Hij bouwde de kamers, badkamer en keuken, isoleerde het schip en legde vloerverwarming aan. De verbouwing duurde een jaar, het klussen stopt nooit. Van schilderen tot roest weghalen, tot de scheepsmotor vervangen, Adrie is altijd bezig. Recent nog leverde hij een uitbouw op aan boord: een appartement voor zijn jongste dochter en haar vriend die in Rotterdam geen woonruimte konden vinden. Carola krijgt er wel eens buikpijn van, van altijd maar klussen. Maar Adrie doet niets liever en is voorlopig niet van plan ermee te stoppen. ‘Mijn vader is 97 geworden en vroeger was werken aan boord een stuk zwaarder.’ 

Waterskiën

Misschien dat hij over een paar jaar stopt met vrachtvervoer en passagiers meeneemt aan boord voor vakantietochten. Maar voorlopig is het nog steeds leuk om vracht te varen en telkens op een andere plek te zijn. Carola: ‘Wij hoeven nooit een weekendje weg, dat doen we elke week al.’ En als ze op vakantie gaan in eigen land, nemen ze hun huis mee. Dan varen ze met de Eben Haezer naar Maurik of naar het Brielse Meer. ‘Wakker worden midden in de natuur, ’s ochtends al een duik nemen, de kinderen en kleinkinderen aan boord die de hele dag zwemmen en waterskiën.’ Wonen op een schip klinkt soms romantischer dan het is, maar toch. Op vakantie zijn én in je eigen bed slapen, rust én ruimte hebben midden in een wereldstad. Voor Adrie en Carola wegen de lusten ruimschoots op tegen de lasten.

Adrie en Carola Visser in hun woonschip

Een kleine geschiedenis van de Eben Haezer  

Voordat Adrie Visser eigenhandig zijn 38 meter lange binnenvaartschip de Eben Haezer tot woonschip verbouwde, vervoerde hij er van 1984 tot 2011 droge vracht mee. Adrie is de derde eigenaar van het vracht-zeilschip dat in 1910 werd gebouwd bij de werf van Van Suijlekom in Raamsdonkveer.  

Het schip ging te water met een stalen romp. Vrij modern voor die tijd; staal als vervanger van ijzer werd pas vanaf 1900 in Nederland toegepast in de scheepsbouw. Het is een wonder dat de Eben Haezer er nog steeds is, want in de Tweede Wereldoorlog bliezen de Duitsers het schip op terwijl het bij Sint Philipsland in Zeeland lag. Adrie: ‘Door een zware dynamiet-explosie klapte het schip helemaal uit elkaar. De Duitsers wilden voorkomen dat er materieel werd overgevaren naar Engeland.’ Na de oorlog kreeg de Eben Haezer een andere roef achterop. De originele kleuren vonden Adrie en zijn vrouw Carola maar saai, ze schilderden het schip over in rood, wit en de kleur van de Middellandse zee.  

Oranjeboom-biervat 

De Eben Haezer heeft een diepgang van 2,40 meter bij een maximale lading van 350 ton. Zo’n vijftig tochten per jaar maakte het schip binnen Nederland en soms naar Antwerpen of Gent. Altijd met droge vracht: veevoer, suikerbieten, graan, magnesiet en vooral grote machines en machineonderdelen. Bijzondere vracht ook, zoals een Oranjeboom-biervat van 25 bij 5 meter en (ingepakt en wel) een luxe jacht. Soms was de lading zo groot, dat het zicht vanuit de stuurhut werd geblokkeerd waardoor Adrie op de radar moest varen. 

Toch was de Eben Haezer, net als hun huidige schip de ms Lisa, een relatief klein vrachtschip. Binnenvaartschepen van nu kunnen 135 meter lang zijn en 5000 of 6000 ton vracht aan. Door hun diepgang kunnen ze alleen over de grote kanalen varen. Een schip tot 55 meter lengte mag je nog in je eentje besturen; grotere schepen worden bemand door een schipper plus personeel. Door deze ontwikkeling verdwijnt de gezinsvaart. Het maakt de schipperswereld minder gezellig, vindt Adrie. Liever vaart hij samen met Carola op een klein schip. Dat heeft nog een voordeel: zo kun je naar kleine plaatsjes varen. En laat dat nou voor Adrie en Carola net het leuke aan varen zijn. Met hun ms Lisa komen ze overal.     

Wat doet Stichting Erfgoedhavens Rotterdam?

Al tien jaar hebben Rein Schuddeboom en Marjolein van Meeteren van de Stichting Erfgoed Havens Rotterdam de mooiste werkplek van de stad. Vanuit het kleine havengebouw annex kantoor in het Haringvliet kijken ze door een woud aan masten op het Witte Huis en de Oude Haven.  

Ze beheren 23 hectare aan historische haven in de binnenstad van Rotterdam en in Delfshaven. Rein is directeur en Marjolein zijn rechterhand. Samen met de havenmeesters Jeroen en Hans zijn zij verantwoordelijk voor de ligplaatsen, veiligheid, het onderhoud en schoonhouden van de historische havens. Dat laatste gebeurt wekelijks door een groep jongeren met een handicap die onder begeleiding met hun schoonmaakboot trots zwerfvuil, maar ook gezonken helmen, winkelwagentjes, fietsen en zelfs Dixi’s uit het water halen.  

Samen met twee havenmeesters zijn Rein en Marjolein 24/7 aanspreekpunt voor de eigenaars van de 180 historische schepen met een vaste ligplaats. Daartussen zitten werkplaatsen en ateliers van kunstenaars. De meeste van de 120 schepen zijn echter bewoond. De bewoners (de oudste is 82, de jongste 3 jaar oud) vormen een hechte dorpsgemeenschap midden in de stad. 

Lichtjesavond 

Marjolein: ‘Erfgoedhavens organiseert regelmatig activiteiten voor en met de bewoners, zoals het Duurzaamheidsfestival en in november de traditionele lichtjesavond. Dan versieren we de schepen met lichtsnoeren. In het voorjaar, met Vaarklaar 2023 in mei, worden de schepen klaargemaakt voor de vaart en helpen bewoners elkaar met klussen.’ Rein: ‘Het is een heel gemixte groep bewoners, die allemaal net als wij besmet zijn met het watervirus. Wonen op het water staat voor vrijheid, leven met de getijden en buiten zijn in alle weersomstandigheden. En je kunt wegvaren wanneer je wilt. Daartegenover staat dat een schip permanent onderhoud nodig heeft.’ 

Zelf kunnen klussen is een must als je een historisch schip bezit. De Koningspoort aan de Oude Haven is er voor groot onderhoud, daar ligt altijd wel een schip op de helling. Een plekje in de Erfgoedhavens is gewild, de wachtlijst voor het aanvragen van een ligplaats is dan ook lang: zo’n 35 schepen. Daar zit weinig beweging in, maar Rein hoopt ‘zijn’ haven uit te breiden in Delfshaven. ‘Daar zijn mogelijkheden voor.’ 

Overnachten

Met je schip aanleggen in de passantenjachthaven Haringvliet (20 ligplaatsen)? Reserveer dan via de havenmeester, tel. 06 52 663289. 

Of boek een nachtje in The Coaster, een ‘boatique’ hotel. Of het Boathotel

Meer weten over de schepen? Scan de QR-codes op de informatieborden op de kades.  

Vloottoppers 

Deze schepen wil je niet missen als je de historische havens bezoekt.  

RO 27 (1957) is een boomkorkotter of viskotter. Het is het enige overgebleven schip uit de Rotterdamse vissersvloot en draagt een Rotterdams visserij-nummer. Het schip ligt in het Haringvliet en wordt bewoond. 

Vooruitgang (1890) is een kraak, niet te verwarren met houten zeegaande kraken uit de vijftiende eeuw, is een Zuid-Hollands scheepstype van ijzer. IJzer werd pas na de industriële revolutie verwerkt in schepen. 

Door Gunst verkregen (1910) is een ijsselaak die in het Haringvliet ligt en nog steeds vaart. Van oorsprong een zeilschip dat gebouwd was om zand te winnen op de rivier en te vervoeren. Het schip heeft een los-installatie waarmee het door het jaar demonstraties geeft.  

BU 130 (1875) of de Trui is een houten botter, in Muiden gebouwd als vissersschip voor de Zuiderzee. BU staat voor de eigenaar-visser uit Bunschoten. Het schip is tot de Trui gedoopt door de huidige eigenaars: Delftse Studenten. Zomers varen ze op de botter, in de winter ligt het schip voor jaarlijks onderhoud in Rotterdam.  

Helena (1875) is het oudste nog zeilende binnenvaartschip van Nederland. Dit passagiersschip was vroeger een vrachtschip dat over de Rijn voer. De stevenaak ligt in de Leuvehaven. 

Meer schepen vind je op erfgoedhavensrotterdam.nl