Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Aan de aanleg van Maasvlakte 2 ging een uitgebreide en zorgvuldige fase van voorbereiding vooraf. Als één van de belangrijkste havens ter wereld en als grootste haven van Europa, levert Rotterdam een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Tegen het einde van de vorige eeuw was in het bestaande haven- en industriegebied voor nieuwe bedrijven én bestaande klanten die wilden uitbreiden vrijwel geen ruimte meer beschikbaar. Voor de ontwikkeling en concurrentiepositie van Rotterdam was extra ruimte noodzakelijk. Daarom nam de Nederlandse overheid het besluit de mainport Rotterdam te versterken. Maar wel met respect voor natuur en milieu en de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. Daartoe werd het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) opgericht.

PMR bestaat uit drie deelprojecten:

  • Maasvlakte 2
    Aanleg van nieuw havengebied en uitvoering van bijbehorende natuurcompensatie om schade aan beschermde natuur te compenseren.

  • 750 hectare nieuwe natuur- en recreatiegebieden
    Te ontwikkelen op Midden-IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam.

  • Bestaand Rotterdams Gebied
    Een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving in de regio Rijnmond te verbeteren.

Het Havenbedrijf Rotterdam realiseerde Maasvlakte 2 voor eigen rekening en risico. Het project werd business case gestuurd uitgevoerd. De aandeelhouders van het Havenbedrijf : het rijk en de gemeente Rotterdam volgden de voortgang nauwlettend. PMR, onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, draagt de verantwoordelijkheid voor de natuurcompensatie. Zowel de aanleg als het uiteindelijke gebruik van Maasvlakte 2 dient namelijk wettelijk gecompenseerd te worden.

Los van de aanleg van Maasvlakte 2 en de wettelijk verplichte natuurcompensatie omvat PMR ook de impuls aan de verbetering van de leefomgeving. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het deelproject 750 hectare natuur- en recreatiegebied. De gemeente Rotterdam, tot slot, voerde de regie over het deelproject Bestaand Rotterdams Gebied.

Milieueffectrapportages

Voordat met de aanleg van Maasvlakte 2 van start kon, zijn zeer uitgebreide milieustudies gedaan. Deze milieustudies zijn wettelijk verplicht. Het gaat om:

  • Milieueffectrapportage Aanleg (MER A)
    Voor de zandwinning en realisatie van de havenuitbreiding

  • Milieueffectrapportage Bestemming (MER B)
    Voor de inrichting en exploitatie van het nieuwe havengebied

Beide rapportages, in totaal ruim 6.000 pagina’s aan milieustudie, werden in 2007 afgerond. Omdat er op basis van deze studies adequate en voldoende maatregelen konden worden getroffen om (eventuele) negatieve effecten te voorkomen, tegen te gaan of te compenseren, konden de autoriteiten overgaan tot de verlening van de benodigde vergunningen.

De MER A en MER B beschrijven de effecten van aanleg en gebruik van Maasvlakte 2 en tonen de te nemen maatregelen op veertien gebieden: Verkeer en vervoer, Geluid, Lucht, Externe veiligheid, Water,
Licht, Natuur, Landschap, Recreatief medegebruik, Nautische veiligheid en bereikbaarheid, Kust en zee, Milieukwaliteit, Gebruiksfuncties en Archeologie.

Natuurcompensatie

Maasvlakte 2 is aangelegd in de Voordelta, een beschermd natuurgebied. Dit is gebeurd met respect voor natuur en milieu, maar niet zonder invloed op de natuur. Daarvoor vindt volgens Europese regelgeving natuurcompensatie plaats. Die bestaat uit:

  • Instelling van ± 25.000 hectare bodembeschermingsgebied voor de kust van Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten, met rustgebieden voor vogels en zeehonden;
  • Aanleg van ± 35 hectare nieuw duingebied langs de kust van Delfland, tussen Hoek van Holland en Ter Heijde.

Monitoring en Evaluatie Programma's

De Milieueffectrapportages Aanleg en Bestemming zijn uitgegaan van de minst rooskleurige situaties, oftewel worst case scenario's. Bovendien zijn ruime marges genomen. Maar hebben de mogelijk te verwachten effecten zich ook daadwerkelijk voorgedaan tijdens bijvoorbeeld zandwinning en landaanwinning? Zijn de verwachtingen ten aanzien van de milieuwaarden voor de duincompensatie en het bodembeschermingsgebied uitgekomen? En hoe staat het nu met de luchtkwaliteit?

Voor de hele levensloop van Maasvlakte 2 zijn uitgebreide Monitoring en Evaluatie Programma's (MEP) opgesteld, conform de afspraken die zijn vastgelegd in de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB PMR 2006). Ook de Europese Commissie is vanwege de Vogel- en Habitatrichtlijn regelmatig geïnformeerd over de uitkomsten van de monitoring- en evaluatieprogramma's.

De MEP's kennen een tweeledig doel. Het eerste doel is verificatie: hoe verhouden de werkelijke effecten zich tot de voorspellingen in de Milieueffectrapportages Aanleg en Bestemming? Het tweede is kennisvergaring: aangezien veel onderzoeken nooit eerder zijn uitgevoerd, levert het nieuwe informatie op. Voor de aanleg van Maasvlakte 2 was weinig kennis over de gevolgen van grootschalige zandwinning op de natuur, zeebodem en visstand. De uitgebreide monitoringsprogramma's worden om de vijf jaar geëvalueerd. Als er aanleiding voor is, worden de beheerplannen aangepast. Twee voorbeelden:

MEP Zandwinning

De grootschalige zandwinning op de Noordzee is een ingreep waarbij indirecte en lastig op te sporen effecten worden verwacht. De belangrijkste ecologische effecten van zandwinning zijn naar verwachting het verdwijnen van het bodemleven en later het natuurlijk herstel van bodem en bodemleven op de zandwinplekken en in de directe omgeving van de zandwinlocaties. Daarnaast zijn er de mogelijke effecten van het vrijkomen van slib op de natuurlijke processen in meerdere aaneengesloten voedselketens (het voedselweb) en op de hoeveelheid schelpdieren en vogels.

Bodemmonsters

In dit programma worden de mogelijke oorzakelijke verbanden tussen zandwinning en de gemeten veranderingen gelegd. Zo komt er inzicht in de ingreep-effectketens. In de nabije omgeving van de zandwinlocaties en in het gebied van Vlissingen tot aan de Waddenzee zijn op 300 plekken bodemmonsters genomen om de samenstelling vast te stellen. Na de nulmetingen zijn tijdens en na de zandwinning deze metingen om de twee jaar herhaald.

MEP Landaanwinning

Dit programma gaat na of de werkelijke effecten van de landaanwinning afdoende worden gecompenseerd door de resultaten van de natuurcompensatiemaatregelen (bodembeschermingsgebied en duinen). De effecten van de landaanwinning worden gemonitord en geëvalueerd onder verantwoordelijkheid van het Rijk.

De MEP Landaanwinning kent een groot aantal deelstudies die zijn ingedeeld naar de ecosystemen Voordelta, Noordzee en duinen. De volgende thema's worden de komende jaren onderzocht: morfologie van de zeebodem, levensvormen op de zeebodem (benthos), kust- en zeevogels, gebruiksfuncties in zeegebied (kabels, leidingen, visserij), slibtransport en fysische- en ecologische parameters in de duingebieden.

Tafel van Borging

Het Havenbedrijf heeft veel aandacht gehad voor de invulling van stakeholdermanagement. Uitgangspunt daarbij was dat de ‘license to grow’ verdiend en gegund moest worden. Daar zijn stakeholders van cruciaal belang bij. Ook de NGO’s hebben hierin durf getoond. Zij stonden voor hun achterban en belangen, maar hebben eveneens de noodzaak van de uitbreiding van de haven erkentd. De compensatieprojecten in combinatie met onafhankelijke monitoring en borging via de Tafel van Borging bleken waardevol. Onder deskundige leiding van Sybilla Dekker wordt middels de Tafel de vinger aan de pols gehouden voor de naleving van alle gemaakte afspraken.

Digitaal archief maasvlakte2.com

Stakeholders die zich professioneel bezig houden met Maasvlakte 2 en daartoe maasvlakte2.com en de kennisbank bezochten worden in de gelegenheid gesteld om een digitale kopie van de internetsite op te vragen. Naast de offline internetsite ontvangt u digitaal een uitgebreide set relevante documenten en rapportages.

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page