Een nieuwe verwarming

Nederland is op weg naar een nieuwe energiehuishouding - en daar krijgt iedereen mee te maken. Thuis bijvoorbeeld waar het de verwarming betreft en hoe we in de toekomst koken. We werken aan een nieuw energiesysteem om de opwarming van de aarde tegen de gaan. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen leidt tot opwarming van de aarde en dat heeft ingrijpende gevolgen voor mens en natuur: extremer weer, stijgende zeespiegel, maar ook een verandering van de biodiversiteit. De overgang naar een klimaatneutrale energiehuishouding moet dit voorkomen.

In vergelijking met andere Europese landen verbruikt Nederland veel energie. Dat komt vooral door de ruime aanwezigheid van de industrie, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een belangrijk raffinage- en chemisch cluster in het havencomplex van Rotterdam. Ons land draait voor een belangrijk deel op aardgas; verklaarbaar want onze ondergrond kent veel gasvelden, met als uitschieter het Groningenveld dat sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bijna alle huishoudens van gas voorziet.
Daarin komt verandering. Het kabinet wil afscheid nemen van aardgas in de gebouwde omgeving en de tuinbouw. De aardbevingen in Groningen geven de ingezette afbouw van aardgas nog een extra push. Nederland wenst in 2050 te beschikken over een CO2-neutrale energievoorziening, en al in 2030 een halvering van de ten opzichte van 1990.

Bijdrage aan klimaatdoelen

Wie naar ons dagelijkse nationale energieverbruik kijkt, ziet een drietal grote blokken: het grootste aandeel betreft de gebouwde omgeving (huizen en kantoren, 33%), dan de industrie (28%) en het verkeer en vervoer (23%). Ongeveer de helft van dit eindverbruik betreft de opwekking van warmte. Als we daarin verandering weten aan te brengen kan dat een flinke bijdrage leveren aan het bereiken van de klimaatdoelen.
Voor de gebouwde omgeving komen steeds meer alternatieven voor aardgas beschikbaar: all-electric oplossingen (met bijvoorbeeld warmtepompen), gebruik van groen gas en ook warmtenetten. In het concept Klimaatakkoord wordt een verwachting aangegeven hoe de gebouwde omgeving in de toekomst zal worden verwarmd: 50% op basis van warmtenetten, 25% met hybride warmtepompen, 25% met all-electric warmtepompen.
Anders dan in de vorige eeuw toen Nederland in de jaren zestig massaal overschakelde van kolen naar aardgas, komen er nu dus verschillende mogelijkheden beschikbaar voor onze toekomstige verwarming. De uiteindelijke keuze hangt af van zaken als ligging van een wijk of huis, wat voor bronnen zijn er in de nabije omgeving, maar ook de leeftijd van een huis en de kwaliteit van de isolatie.
Gemeentes krijgen een belangrijke rol in de keuze voor toekomstige verwarming. Zij hebben de regie om uiteindelijk te besluiten wat per wijk de meest effectieve en efficiënte oplossing gaat worden.

Regionaal warmtenet

Havenbedrijf Rotterdam zet zich in voor de realisatie van een regionaal warmtetransportnet in Zuid-Holland. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft hiervoor een gezamenlijke organisatie met Gasunie. Beide bedrijven zijn ook onderdeel van de Warmtealliantie Zuid-Holland (Provincie, Havenbedrijf, Gasunie, Eneco, WBR en Gemeente Rotterdam) die in maart 2017 is opgezet.

Doel van deze coalitie is het gezamenlijk realiseren van een hoofdtransportnet waarin warmte wordt getransporteerd naar de verschillende regio’s in de provincie. De warmte uit het havengebied en van geothermische bronnen gaat naar plaatsen waar een warmtevraag is of wordt verwacht. Daar nemen warmtebedrijven de distributie naar de eindgebruiker over. Deze warmtebedrijven transporteren de warmte in fijnmaziger leidingnetwerken naar huishoudens, kassen en bedrijven.
De provincie Zuid-Holland kent een gunstige uitgangspositie voor de brede invoering van warmtenetten. Er is een stevige vraag vanuit de gebouwde omgeving en daarbij heeft het gebied ook een forse glastuinbouwsector die veel aardgas verbrandt voor de verwarming van kassen en de opwekking van CO2 om gewassen sneller te laten groeien.

Aanbod van bronnen

Voor het aanbod van warmtebronnen is de industrie in de haven van Rotterdam uitermate belangrijk. In bijvoorbeeld een raffinaderij zijn hoge temperaturen nodig voor de omzetting van ruwe olie in producten en bijvoorbeeld basisstoffen voor de chemie. Een deel van die opgewekte warmte wordt later weer hergebruikt in andere fabrieken op een raffinaderij, maar het overgrote deel verdwijnt via de schoorsteen. En daarmee wordt dus eigenlijk bruikbare energie weggegooid.
In de toekomst gaat die warmte steeds meer worden benut. Ook zijn er geothermie-bronnen die warmte leveren uit de diepe ondergrond. Ondergronds loopt de temperatuur flink op, zo’n 3 graden Celsius per honderd meter. Dus hoe dieper hoe warmer. Het van nature aanwezige warme water wordt via een geboorde put uit de ondergrond opgepompt. Aan de oppervlakte onttrekken warmtewisselaars de warmte uit het water dat daarna weer wordt teruggepompt richting ondergrond waar het opnieuw opwarmt door de constante hitte uit de aardkern.
Sinds de oprichting van de Warmtealliantie is er in verschillende werkgroepen gekeken naar techniek, markt en financiële onderbouwing om tot een hoofdtransportnet te komen (waarbij andere bedrijven op centrale punten de warmte afnemen en in een fijnmazig netwerk deze warmte naar de eindgebruiker transporteren).

Eerste fase hoofdtransportnet

Inmiddels wordt gewerkt aan de eerste fase van het hoofdtransportnet. Het gaat hierbij om de realisatie van de Leiding door het Midden (LdM) vanuit Rotterdam naar Den Haag. Daarbij wordt een aftakking voorzien vanuit de LdM richting Westland voor de glastuinbouw. Eneco neemt het voortouw bij de LdM. Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie bespreken participatie in deze leiding en werken zelf aan de aftakking richting Westland en de aanleg van Vondelingenplaat die nodig is om de vraag vanuit de glastuinbouw te kunnen dekken. Warmtebedrijf Rotterdam werkt aan de Leiding over Oost voor belevering van de Leidse regio vanuit Rotterdam.
Met het Rijk, het Warmteparticipatiefonds en InvestNL wordt overleg gevoerd over het gebruik van overheidssteun om aanlooprisico’s voldoende af te dekken. Hiermee is de Warmtealliantie Zuid-Holland een stap dichterbij een tastbaar begin van een betaalbare, betrouwbare, duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.
Op het hoofdtransportnet kunnen in principe alle partijen warmte aanleveren en afnemen. Onafhankelijk netbeheer draagt bij aan de open toegang voor verschillende warmtebronnen. De alliantie kiest voor maatschappelijk geaccepteerde bronnen en daarom wordt de inzet van warmte uit kolengestookte elektriciteitscentrales niet voorzien.

Maatschappelijk nut

Het maatschappelijk nut van een volgroeid warmtenet is aanzienlijk. Een volgroeid transportnet door de provincie kan op termijn circa 500.000 huishoudens en een deel van het kassengebied via distributiebedrijven van warmte te voorzien. Dat reduceert op jaarbasis 2-3 miljoen ton CO2 en levert een besparing van jaarlijks 1,3 miljard kuub aardgas. Genoemde leidingonderdelen uit fase 1 realiseren aanvankelijk circa 0,25 miljoen ton op jaarbasis.
Nut en noodzaak voor warmtenetten wordt ondersteund door een aantal belangrijke studies. Zo kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’ in maart 2017 tot de slotsom dat Nederland met warmtenetten grote stappen kan zetten in de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem.
Warmtenetten hebben ook volgens PBL de potentie om op termijn circa de helft van de benodigde warmte te leveren. Verder stelt PBL onder meer dat warmtenetten in dichtbebouwde gebieden de goedkoopste klimaatneutrale techniek zijn. Twee jaar eerder kwam CE Delft al tot die conclusie in het rapport ‘Op weg naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving 2050’.

Green Deal Ministeries Warmtealliantie Zuid Holland

Hoe duurzaam is restwarmte?

Niettemin roept de inzet van restwarmte uit de industrie ook maatschappelijk vragen op. Hoe duurzaam is een dergelijke nieuwe verwarming nu eigenlijk? Geothermie geldt als een schone bron die door moeder natuur is gecreëerd. Maar restwarmte die is opgewekt met fossiele bronnen vraagt om nadere toelichting.
Op het moment dat de vrijgekomen restwarmte na afloop van het productieproces opnieuw wordt benut - en dus hergebruikt voor verwarming van huizen, kassen en bedrijven – is dit een duurzame inzet van deze warmte. Het gaat dan om circulair gebruik van warmte die de inzet van aardgas in woningen en kassen vermijdt en direct bijdraagt aan de reductie van CO2. De gebruiker hiervan beschikt daarmee over een duurzame warmtevoorziening.
Uiteindelijk zal er tussen restwarmte en warmte uit andersoortige bronnen geheel verdwijnen. De industrie werkt immers aan het verduurzamen van productieprocessen, vooral op basis van elektrificatie en de inzet van waterstof. Daarmee wordt de industriële warmte dus steeds schoner opgewekt. Ook is er een verwachting dat de inzet van warmte uit vooral geothermie zal groeien.
Belangrijk hierbij is dat zo lang er maakprocessen zijn, deze altijd warmte nodig zullen hebben en er daarom altijd warmte over zal zijn die elders kan worden benut. En daarmee is een regionaal warmtenet door Zuid-Holland ook toekomstbestendig.

Choose your language

The page is not available in chosen language.

Go to the front page