Header image

Import van waterstof

27 oktober 2021
Hoe kunnen wij je helpen?

In Noordwest-Europa wordt veel meer energie verbruikt dan er duurzaam geproduceerd kan worden. Dat komt doordat er veel mensen wonen, met een hoog welvaartsniveau (en dus een grote energieconsumptie) en hier veel industrie is.

Waarschijnlijk gebeurt dat vooral in de vorm van waterstof, want dat kun je overal ter wereld maken met groene stroom en vervolgens per schip naar Noordwest-Europa transporteren. Rotterdam wil de belangrijkste haven voor de import van duurzame energie zijn. Inschatting is dat de hoeveelheid groene waterstof die via Rotterdam in 2050 binnenkomt kan oplopen tot 18 miljoen ton. Een substantieel deel daarvan is dan bestemd voor gebruik in omringende landen, met name Duitsland.

CONCRETE PROJECTEN

De grootste haven worden voor de invoer van waterstof. Hier is hoe we dat willen doen.

Waterstof tanker
Studie naar grootschalige import van waterstof
Hrauneyjafoss Iceland
Onderzoek: verschepen groene waterstof IJsland - Rotterdam is realistisch vóór 2030
Waterstofmoleculen
Haalbaarheidsstudie import groene waterstof vanuit Zuid-Australië naar haven van Rotterdam
Waterstof
Alliantie voor productie en import groene waterstof
Uniper fabriek in Rotterdam
Uniper en Havenbedrijf Rotterdam starten haalbaarheidsstudie voor groene waterstoffabriek op Maasvlakte
1/

Dat het om heel veel waterstof gaat, komt doordat we niet alleen aardgas moeten vervangen door duurzame energie, maar ook een deel van het huidige gebruik van olie en kolen. Zo gaat er nu dagelijks per pijpleiding een hoeveelheid ruwe olie van Rotterdam naar Noordrijn-Westfalen die gelijkstaat aan 1500 tankauto’s, oftewel een colonne van ca. 50 km als je dat over de weg zou vervoeren. Sommige dingen kun je elektrisch maken, bijvoorbeeld personenauto’s. Voor andere is dat lastiger, bijvoorbeeld het productieproces van staal in hoogovens, chemische processen of het vliegverkeer. Dan zijn waterstof en synthetische brandstoffen (waarvoor waterstof nodig is) een uitkomst.

Het Rijk heeft in 2020 in de nationale Waterstofvisie het Havenbedrijf Rotterdam gevraagd te inventariseren vanuit welke landen waterstof geïmporteerd zou kunnen worden. Het Havenbedrijf heeft daarop een lijst met zo’n vijftien kansrijke landen opgesteld. Criteria daarbij waren het hebben van een strategie voor de waterstofproductie voor de export, de aanwezigheid van voldoende duurzame energiebronnen zoals wind, zon, waterkracht en geothermie, de stabiliteit van het land, en de ‘ease of doing business’: de kwaliteit van de infrastructuur, rechtspraak en dergelijke.

Grote stappen maken waterstof tot realiteit

Hoe belangrijk is waterstof voor een duurzame toekomst? En welke stappen worden er momenteel ondernomen om van waterstof een realiteit te maken?

Gevolg is dat er verkenningen zijn opgezet met meer dan tien landen waaronder IJsland, Portugal, Marokko, Oman, Zuid-Afrika, Uruguay, Chili, Brazilië, Australië en Canada. In deze studies wordt vooral op basis van de kennis die aan beide kanten voorhanden is gekeken wat nodig is om exportketens tot stand te brengen en vervolgens of strategische samenwerking opgezet kan worden met partijen die gezamenlijk deze nieuwe ketens kunnen realiseren. Deze verkenningen duren zo’n vier tot zes maanden. In de tweede helft van 2021, als de meeste studies zijn uitgevoerd, ontstaat goed zicht op de meest kansrijke importketens.

Een van de eerste resultaten die naar buiten is gekomen betreft IJsland. In juni 2021 maakten Havenbedrijf en Landsvirkjun, het nationale elektriciteitsbedrijf van IJsland bekend dat de start van export van IJslandse waterstof naar Rotterdam tussen 2025 en 2030 realistisch is. IJsland beschikt over een combinatie van waterkracht, geothermie en wind, waardoor een hoge benuttingsgraad van electrolysers met groene stroom mogelijk is. Bovendien heeft het land het eigen elektriciteitsverbruik al (vrijwel) volledig verduurzaamd.

Er zijn natuurlijk kosten voor het verschepen van waterstof. Uit onderzoek van het Havenbedrijf blijkt dat als waterstof eenmaal in een schip zit, de afstand die je het vervoert niet zoveel uitmaakt. De kosten zitten vooral in het waterstof geschikt maken voor transport. Anders dan bij bijvoorbeeld olie die vloeibaar is bij ‘normale’ temperaturen, moet je waterstof flink koelen (tot -253 graden Celsius) om het vloeibaar te maken. Alternatief is het ‘inpakken’ (en uitpakken) van waterstof in een ander molecuul, zoals ammoniak (NH3), methanol of een Liquid Organic Hydrogen Carrier (LOHC). Dat vergt energie. Maar veel van de potentiële productielanden liggen te ver weg om waterstof in gasvorm per pijpleiding naar Nederland te transporteren.

Om de import te faciliteren kijken verschillende (Rotterdamse) partijen nu ook naar de ontwikkeling van importterminals. Op dit moment kunnen al meerdere typen waterstofdragers worden afgehandeld in Rotterdam. Verwachting is dat de komende jaren de terminalcapaciteit voor (groene) waterstof vergroot wordt. Deze terminals kunnen aansluiten op de nieuwe waterstofpijpleiding HyTransPort.RTM die dwars door het havengebied komt te lopen. Het Havenbedrijf ontwikkelt deze leiding samen met Gasunie. Zo wordt het mogelijk waterstof door het hele havencomplex en aansluitend door heel Nederland en Noordwest-Europa te distribueren.

Rotterdam neemt het voortouw bij pijpleidingen

LPG, propyleen en waterstof via de haven van Rotterdam naar Zuid-Limburg transporteren en CO2 de andere kant op transporteren? Het zal mogelijk zijn.